Overzicht
Zweeds naar Engels:   Meer gegevens...
  1. hora:
  2. Wiktionary:


Zweeds

Uitgebreide vertaling voor hora (Zweeds) in het Engels

hora:

hora [-en] zelfstandig naamwoord !

  1. hora (prostituerad; gatflicka)
    the whore; the prostitute; the strumpet
    • whore [the ~] zelfstandig naamwoord
    • prostitute [the ~] zelfstandig naamwoord
    • strumpet [the ~] zelfstandig naamwoord
  2. hora (hynda; satkäring; häxa; orm)
    the bitch
    • bitch [the ~] zelfstandig naamwoord
  3. hora
    the light woman; the tart; the prostitute

Vertaal Matrix voor hora:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
bitch hora; hynda; häxa; orm; satkäring bedragerska; dåligt humeur djävel; falsk slyna; gatslinka; hynda; kärringjävel; luder; orm; sköka; slampa; slinka; slyna; subba; tik
light woman hora
prostitute gatflicka; hora; prostituerad gigolo; prostiuerad
strumpet gatflicka; hora; prostituerad
tart hora fnask; kärringjävel; paj; subba
whore gatflicka; hora; prostituerad
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
prostitute prostituera sig
whore besöka horor
OverVerwante vertalingenAndere vertalingen
bitch morrhoppa; satkärring; satmara
prostitute fnaska; gatnymf; glädjeflicka; prostituera; utbjuda
whore skarn

Synoniemen voor "hora":


Wiktionary: hora

hora
noun
  1. prostitute
  2. a person having sex for profit
verb
  1. to prostitute oneself

Cross Translation:
FromToVia
hora strumpet; whore; bitch; harlot; hoe Hureabwertend: eine Frau, die für Geld sexuelle Handlungen vornimmt; Prostituierte
hora tart; whore; hooker Nutte — abwertend für Prostituierte; eine Frau, die für Geld sexuelle Handlungen vornimmt
hora damn; shit; fuck putain — (vulgaire) péjoratif|fr prostituée.

Verwante vertalingen van hora