Overzicht


Zweeds

Uitgebreide vertaling voor incident (Zweeds) in het Engels

incident:

incident [-en] zelfstandig naamwoord

  1. incident (tillfälle; händelse)
    the incident; the event; the happening; the history
    • incident [the ~] zelfstandig naamwoord
    • event [the ~] zelfstandig naamwoord
    • happening [the ~] zelfstandig naamwoord
    • history [the ~] zelfstandig naamwoord
  2. incident (händelse)
    the occurrings; the incidents; the happenings; the passings
  3. incident
    the incident
    – A way of tracking any event that is not part of the standard operation of a service and that causes, or may cause, an interruption to, or a reduction in, the quality of that service. 1
    • incident [the ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor incident:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
event händelse; incident; tillfälle evenemang; händelse; högtidligt tillfälle; tilldragelse
happening händelse; incident; tillfälle föreställning; händelse; show; ta plats; uppvisning
happenings händelse; incident
history händelse; incident; tillfälle förhistoria; historia; historievetenskap; tidigare
incident händelse; incident; tillfälle
incidents händelse; incident
occurrings händelse; incident
passings händelse; incident
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
history historik
OverVerwante vertalingenAndere vertalingen
event inträffande
history historik

Synoniemen voor "incident":