Overzicht
Zweeds naar Engels:   Meer gegevens...
  1. isär:
  2. Wiktionary:
    • isär → up


Zweeds

Uitgebreide vertaling voor isär (Zweeds) in het Engels

isär:

isär bijvoeglijk naamwoord

  1. isär
    in two
    • in two bijvoeglijk naamwoord
  2. isär
    apart
    • apart bijvoeglijk naamwoord
  3. isär (åtskilt; åtskild)
    split up; from each other; apart; parted

Vertaal Matrix voor isär:

WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
split up bryta upp; dela upp; gå ifrån varandra; gå skilda vägar; klyva sönder; separera; skiljas; sönderdela
Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
parted isär; åtskild; åtskilt
OverVerwante vertalingenAndere vertalingen
in two itu
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
apart isär; åtskild; åtskilt separerat; skild; skild från; skilt; skilt från; stå ensam; särad; särat
from each other isär; åtskild; åtskilt
in two isär i två delar
split up isär; åtskild; åtskilt

Synoniemen voor "isär":

  • tskils; frånskilda; delad

Wiktionary: isär

isär
adverb
  1. completely, thoroughly

Computer vertaling door derden:

Verwante vertalingen van isär