Overzicht
Zweeds naar Engels:   Meer gegevens...
  1. snabel:
  2. Wiktionary:


Zweeds

Uitgebreide vertaling voor snabel (Zweeds) in het Engels

snabel:

snabel [-en] zelfstandig naamwoord

  1. snabel
    the proboscis
  2. snabel (näsa; nos)
    the spout; the nose; the flair
    • spout [the ~] zelfstandig naamwoord
    • nose [the ~] zelfstandig naamwoord
    • flair [the ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor snabel:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
flair nos; näsa; snabel känsla; näsa; sinne; stil; väderkorn; väderkvorn
nose nos; näsa; snabel nos; nosande; näsa; sniffning; väderkorn
proboscis snabel
spout nos; näsa; snabel pip; utloppsrör
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
nose betaga; strosa runt
spout blåsa genom munnen; injicera; spruta ut; spurta; strömma ut; trycka ut; yttra
OverVerwante vertalingenAndere vertalingen
nose spårsinne

Wiktionary: snabel

snabel
noun
  1. elongated tube
  2. extended nasal organ of an elephant

Cross Translation:
FromToVia
snabel beak; pecker; bill SchnabelZoologie: das Mundwerkzeug bestimmter Tiere