Overzicht
Zweeds naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. bråk:
  2. Wiktionary:


Zweeds

Uitgebreide vertaling voor bråk (Zweeds) in het Nederlands

bråk:

bråk [-ett] zelfstandig naamwoord

  1. bråk (tjafs; krakel)
    de drukte; het krakeel; de heisa
    • drukte [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord
    • krakeel [het ~] zelfstandig naamwoord
    • heisa [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
  2. bråk
    de stennis
    • stennis [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
  3. bråk
    de vechtpartijen; de gevechten
  4. bråk (onödigt besvär)
    de drukte; kouwe drukte
  5. bråk (tjafs; väsen; uppståndelse)
    de drukte; de ophef; kouwe drukte; het rumoer
    • drukte [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord
    • ophef [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • kouwe drukte [znw.] zelfstandig naamwoord
    • rumoer [het ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor bråk:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
drukte bråk; krakel; onödigt besvär; tjafs; uppståndelse; väsen brådska; flöde; folkmassa; liv; liv och rörelse; livlighet; rabalder; rusning; ståhej; tryck utav aktivitäter; tumult; väsen
gevechten bråk
heisa bråk; krakel; tjafs dun; fjun; ludd
kouwe drukte bråk; onödigt besvär; tjafs; uppståndelse; väsen
krakeel bråk; krakel; tjafs
ophef bråk; tjafs; uppståndelse; väsen rabalder; tumult; uppståndelse; väsen
rumoer bråk; tjafs; uppståndelse; väsen oljud; oväsen; rabalder; tumult
stennis bråk
vechtpartijen bråk

Synoniemen voor "bråk":


Wiktionary: bråk


Cross Translation:
FromToVia
bråk breuk common fraction — fraction with two integers
bråk breuk fraction — arithmetic: ratio
bråk ruzie row — noisy argument
bråk straatgevecht rumble — street fight or brawl
bråk breuk vulgar fraction — fraction with two integers
bråk breuk BruchMathematik: die Darstellung eines Quotienten von Termen, insbesondere von ganzen Zahlen, bei der man einen zumeist horizontalen horizontalen Bruchstrich zieht, über diesem als Zähler den Dividenden schreibt und unterhalb als Nenner den Divisor.