Zweeds

Uitgebreide vertaling voor dra ner (Zweeds) in het Nederlands

dra ner:

dra ner werkwoord (drar ner, drog ner, dragit ner)

  1. dra ner (knuffa ner)
    neerslaan; onderuithalen; omslaan; vloeren
    • neerslaan werkwoord (sla neer, slaat neer, sloeg neer, sloegen neer, neergeslagen)
    • onderuithalen werkwoord (haal onderuit, haalt onderuit, haalde onderuit, haalden onderuit, onderuit gehaald)
    • omslaan werkwoord (sla om, slaat om, sloeg om, sloegen om, omgeslagen)
    • vloeren werkwoord (vloer, vloert, vloerde, vloerden, gevloerd)
  2. dra ner (stympa)
    afknotten
    • afknotten werkwoord (knot af, knotte af, knotten af, afgeknot)
  3. dra ner (ta isär)
    ontleden; uit elkaar nemen; anatomiseren
    • ontleden werkwoord (ontleed, ontleedt, ontleedde, ontleedden, ontleden)
    • uit elkaar nemen werkwoord (neem uit elkaar, neemt uit elkaar, nam uit elkaar, namen uit elkaar, uit elkaar genomen)
    • anatomiseren werkwoord
  4. dra ner
    omvertrekken
    • omvertrekken werkwoord (trek omver, trekt omver, trok omver, trokken omver, omvergetrokken)

Conjugations for dra ner:

presens
  1. drar ner
  2. drar ner
  3. drar ner
  4. drar ner
  5. drar ner
  6. drar ner
imperfekt
  1. drog ner
  2. drog ner
  3. drog ner
  4. drog ner
  5. drog ner
  6. drog ner
framtid 1
  1. kommer att dra ner
  2. kommer att dra ner
  3. kommer att dra ner
  4. kommer att dra ner
  5. kommer att dra ner
  6. kommer att dra ner
framtid 2
  1. skall dra ner
  2. skall dra ner
  3. skall dra ner
  4. skall dra ner
  5. skall dra ner
  6. skall dra ner
conditional
  1. skulle dra ner
  2. skulle dra ner
  3. skulle dra ner
  4. skulle dra ner
  5. skulle dra ner
  6. skulle dra ner
perfekt particip
  1. har dragit ner
  2. har dragit ner
  3. har dragit ner
  4. har dragit ner
  5. har dragit ner
  6. har dragit ner
imperfekt particip
  1. hade dragit ner
  2. hade dragit ner
  3. hade dragit ner
  4. hade dragit ner
  5. hade dragit ner
  6. hade dragit ner
blandad
  1. dra ner!
  2. dra ner!
  3. dragen ner
  4. dragande ner
1. jag, 2. du/ni, 3. han/hon/den/det, 4. vi, 5. ni, 6. de

dra ner zelfstandig naamwoord

  1. dra ner
    het omhalen
    • omhalen [het ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor dra ner:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
omhalen dra ner
onderuithalen tacklare
ontleden analys
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
afknotten dra ner; stympa avtoppa
anatomiseren dra ner; ta isär
neerslaan dra ner; knuffa ner
omslaan dra ner; knuffa ner bläddra; slå ner; slå om; slå omkull; veckla omkring kroppen; vända blad; ändras plötslig
omvertrekken dra ner
onderuithalen dra ner; knuffa ner tackla
ontleden dra ner; ta isär analysera
uit elkaar nemen dra ner; ta isär demontera; montera ner; plocka isär; ta isär
vloeren dra ner; knuffa ner slå ner; slå omkull

Wiktionary: dra ner


Cross Translation:
FromToVia
dra ner binnenladen; binnenhalen; afladen; downloaden download — to transfer data from a remote computer to a local one

Computer vertaling door derden:

Verwante vertalingen van dra ner