Overzicht
Zweeds naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. fiendskap:


Zweeds

Uitgebreide vertaling voor fiendskap (Zweeds) in het Nederlands

fiendskap:

fiendskap [-en] zelfstandig naamwoord

  1. fiendskap (hat)
    de afkeer; de haat
    • afkeer [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • haat [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
  2. fiendskap (animositet; fejd; ovänskap)
    de vijandschap; de animositeit
  3. fiendskap (fejd; osämja; animositet)
    de vijandschap; de vete
    • vijandschap [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord
    • vete [de ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor fiendskap:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
afkeer fiendskap; hat antipati; motvilja
animositeit animositet; fejd; fiendskap; ovänskap
haat fiendskap; hat
vete animositet; fejd; fiendskap; osämja meningsskiljaktighet
vijandschap animositet; fejd; fiendskap; osämja; ovänskap

Synoniemen voor "fiendskap":