Zweeds

Uitgebreide vertaling voor grovhet (Zweeds) in het Nederlands

grovhet:

grovhet [-en] zelfstandig naamwoord

  1. grovhet (råhet; strävhet)
    de ruwheid; de hardhandigheid
  2. grovhet
    de vulgariteit; de platvloersheid; de platheid
  3. grovhet
    de grofheid; schofterigheid
  4. grovhet (oartighet; ohövlighet)
    onhoffelijkheid

Vertaal Matrix voor grovhet:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
grofheid grovhet oförskämd anmärkning; ojämnhet; råhet
hardhandigheid grovhet; råhet; strävhet
onhoffelijkheid grovhet; oartighet; ohövlighet
platheid grovhet banalitet; petitess; småsak; trivialitet
platvloersheid grovhet
ruwheid grovhet; råhet; strävhet hårdhet; ojämnhet; råhet
schofterigheid grovhet
vulgariteit grovhet