Overzicht
Zweeds naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. höghet:
  2. Wiktionary:


Zweeds

Uitgebreide vertaling voor höghet (Zweeds) in het Nederlands

höghet:

höghet [-en] zelfstandig naamwoord

  1. höghet (värdighet; ädelhet)
    de waardigheid
  2. höghet (berömmelse)
    doorluchtigheid

Vertaal Matrix voor höghet:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
doorluchtigheid berömmelse; höghet
waardigheid höghet; värdighet; ädelhet

Synoniemen voor "höghet":

  • majestät

Wiktionary: höghet


Cross Translation:
FromToVia
höghet hoogheid Hoheit — Anrede für Adlige, in der Regel Herzöge

Verwante vertalingen van höghet