Overzicht
Zweeds naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. hare:
  2. Wiktionary:


Zweeds

Uitgebreide vertaling voor hare (Zweeds) in het Nederlands

hare:

hare [-en] zelfstandig naamwoord

  1. hare (funk)
    de funk
    • funk [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
  2. hare
    de haas
    • haas [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
  3. hare
    de langoor
    • langoor [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
  4. hare (fegis; mes; rookie)
    de lafaard; het groentje; de melkmuil; de lafbek
    • lafaard [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • groentje [het ~] zelfstandig naamwoord
    • melkmuil [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • lafbek [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
  5. hare (draghjälp; farthållare; pacemaker)
    de gangmakers; stemmingmakers

Vertaal Matrix voor hare:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
funk funk; hare
gangmakers draghjälp; farthållare; hare; pacemaker
groentje fegis; hare; mes; rookie gröngöling; novis; nybörjare; nykomling; rookie
haas hare
lafaard fegis; hare; mes; rookie
lafbek fegis; hare; mes; rookie
langoor hare
melkmuil fegis; hare; mes; rookie
stemmingmakers draghjälp; farthållare; hare; pacemaker propagandist

Wiktionary: hare

hare
noun
  1. Lepus eropaeus, een konijnachtig zoogdier met lange achterpoten een gespleten lip en lange oren

Cross Translation:
FromToVia
hare haas hare — animal
hare haas HaseZoologie: Säugetier mit langen Ohren aus der Gattung Lepus, speziell der Feldhase (L. europaeus)
hare haas lièvre — Quadrupède mammifère