Overzicht
Zweeds naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. inneboende:
  2. Wiktionary:


Zweeds

Uitgebreide vertaling voor inneboende (Zweeds) in het Nederlands

inneboende:

inneboende bijvoeglijk naamwoord

  1. inneboende
    inherent; eigen
  2. inneboende (inneboendet)
    intrinsiek

inneboende zelfstandig naamwoord

  1. inneboende
    de kamerbewoner
  2. inneboende (hyresgäst; inackordering)
    de kostganger; de pensiongast
  3. inneboende (hyresgäst; pensionsgäst)
    kostgangster; pensiongaste

Vertaal Matrix voor inneboende:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
kamerbewoner inneboende
kostganger hyresgäst; inackordering; inneboende
kostgangster hyresgäst; inneboende; pensionsgäst
pensiongast hyresgäst; inackordering; inneboende
pensiongaste hyresgäst; inneboende; pensionsgäst
Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
eigen inneboende medfödd; medfött
inherent inneboende
intrinsiek inneboende; inneboendet

Wiktionary: inneboende


Cross Translation:
FromToVia
inneboende samengaand; inherent inherent — natural part or consequence
inneboende intrinsiek intrinsic — inherent
inneboende intrinsiek intrinsisch — von sich aus aufweisend; einem Ding oder System innewohnend, ohne äußere Ursache oder Beeinflussung vorliegend

Verwante vertalingen van inneboende