Overzicht
Zweeds naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. lutning:
  2. Wiktionary:


Zweeds

Uitgebreide vertaling voor lutning (Zweeds) in het Nederlands

lutning:

lutning [-en] zelfstandig naamwoord

  1. lutning (tonläge; säljsnack)
    de teer; de pek
    • teer [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • pek [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
  2. lutning (böjning; benägenhet; böjelse; inklination)
    de inclinatie; de genegenheid

Vertaal Matrix voor lutning:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
genegenheid benägenhet; böjelse; böjning; inklination; lutning hängivenhet; kärlek; lidelse; passion; tillgivenhet
inclinatie benägenhet; böjelse; böjning; inklination; lutning benägenhet; böjelse; håg
pek lutning; säljsnack; tonläge
teer lutning; säljsnack; tonläge
Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
teer delikat; fin; fint; klen; klent; omtåligt; skör; skört; spröd; sprött; späd; spätt; ömtåligt

Synoniemen voor "lutning":


Wiktionary: lutning


Cross Translation:
FromToVia
lutning richtingscoëfficient gradient — slope or incline