Overzicht
Zweeds naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. seg:
  2. Wiktionary:


Zweeds

Uitgebreide vertaling voor seg (Zweeds) in het Nederlands

seg:

seg bijvoeglijk naamwoord

  1. seg (tufft; jobbigt; tuff; segt)
    stoer; flink
    • stoer bijvoeglijk naamwoord
    • flink bijvoeglijk naamwoord
  2. seg (klibbigt; segt)
    kleverig; plakkerig; klef

Vertaal Matrix voor seg:

Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
flink jobbigt; seg; segt; tuff; tufft ansenligt; beaktansvärd; beaktansvärt; betydande; betydandet; enorm; enormt; häftig; häftigt; högfärdigt; kraftigt; moralisk; muskulös; muskulöst; robust; stark; starkt; stolt; stort; stå på; uppblåst; välbyggt
klef klibbigt; seg; segt
kleverig klibbigt; seg; segt
plakkerig klibbigt; seg; segt
stoer jobbigt; seg; segt; tuff; tufft
OverVerwante vertalingenAndere vertalingen
flink vilt

Synoniemen voor "seg":


Wiktionary: seg


Cross Translation:
FromToVia
seg taai zäh — langsam, schwerfällig fließend