Overzicht


Zweeds

Uitgebreide vertaling voor skitigt (Zweeds) in het Nederlands

skitigt:

skitigt bijvoeglijk naamwoord

  1. skitigt (nedsmutsat; nedsmutsad)
    groezelig; gevlekt; besmeurd; bevuild

skitigt zelfstandig naamwoord

  1. skitigt (smutsigt; lortigt)
    de vuilheid; goorheid; groezeligheid

Vertaal Matrix voor skitigt:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
goorheid lortigt; skitigt; smutsigt
groezeligheid lortigt; skitigt; smutsigt
vuilheid lortigt; skitigt; smutsigt fult talande; orenhet; skitighet; smutsiga ord; smutsighet; svineri
Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
gevlekt nedsmutsad; nedsmutsat; skitigt
groezelig nedsmutsad; nedsmutsat; skitigt ohyfsad; ohyfsat; oren; orent; smutsig; smutsigt; snuskigt; äckligt
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
besmeurd nedsmutsad; nedsmutsat; skitigt
bevuild nedsmutsad; nedsmutsat; skitigt