Overzicht
Zweeds naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. stil:
  2. Wiktionary:


Zweeds

Uitgebreide vertaling voor stil (Zweeds) in het Nederlands

stil:

stil [-en] zelfstandig naamwoord

  1. stil (elegans; klass)
    de allure; het aanzien
    • allure [de ~] zelfstandig naamwoord
    • aanzien [het ~] zelfstandig naamwoord
  2. stil (genre)
    de soort; het type; het genre; de slag
    • soort [de ~] zelfstandig naamwoord
    • type [het ~] zelfstandig naamwoord
    • genre [het ~] zelfstandig naamwoord
    • slag [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
  3. stil (väderkvorn; känsla; näsa; sinne)
    de speurzin
    • speurzin [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor stil:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
aanzien elegans; klass; stil anseende; berömmelse; framträdande; högt anseende; prestige; reputation; rykte; status; storhet; upphöjdhet; utanför
allure elegans; klass; stil
genre genre; stil genre
slag genre; stil art; besvikelse; fältslag; krig; slag; social klass; strid
soort genre; stil art; slag; sort
speurzin känsla; näsa; sinne; stil; väderkvorn
type genre; stil framträdande; individ; person; typ
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
aanzien stirra på; titta på

Synoniemen voor "stil":


Wiktionary: stil


Cross Translation:
FromToVia
stil makelij Bauart — die Art und Weise, auf die z. B. ein Gebäude gebaut ist
stil stijl style — manner of doing things
stil stijl; trant style — (botanique) filament reliant l’ovaire au stigmate, au centre de la fleur.

Verwante vertalingen van stil