Overzicht
Zweeds naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. zink:
  2. Wiktionary:


Zweeds

Uitgebreide vertaling voor zink (Zweeds) in het Nederlands

zink:

zink bijvoeglijk naamwoord

  1. zink
    zinken
    • zinken bijvoeglijk naamwoord

zink [-en] zelfstandig naamwoord

  1. zink
    het zink
    • zink [het ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor zink:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
zink zink
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
zinken avta; gå under; gå utför; sjunka; vara i avtagande
Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
zinken zink

Wiktionary: zink

zink
noun
  1. , een scheikundig element met symbool Zn en atoomnummer 30. Het is een blauw/wit overgangsmetaal

Cross Translation:
FromToVia
zink zink ZinkChemie: chemisches Element mit der Ordnungszahl 30; bläulich-weißes, leicht formbares Metall
zink zink zinc — Element
zink zink; zìnk zinc — chimie|nocat=1 au singulier élément chimique.