Engels

Uitgebreide vertaling voor waxen (Engels) in het Nederlands

waxen:

waxen bijvoeglijk naamwoord

  1. waxen
    van was; wassen

Vertaal Matrix voor waxen:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
wassen cleaning; cleansing; purification; rising; swelling; washing
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
wassen clean; flush away; grow; prosper; purify; rinse out; thrive; wash
Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
wassen waxen
- waxlike; waxy
OverVerwante vertalingenAndere vertalingen
- pallid; waxy
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
van was waxen

Verwante woorden van "waxen":


Synoniemen voor "waxen":


Verwante definities voor "waxen":

  1. having the paleness of wax1
    • the poor face with the same awful waxen pallor1
  2. made of or covered with wax1
    • waxen candles1

wax:

to wax werkwoord (waxes, waxed, waxing)

  1. to wax

Conjugations for wax:

present
  1. wax
  2. wax
  3. waxes
  4. wax
  5. wax
  6. wax
simple past
  1. waxed
  2. waxed
  3. waxed
  4. waxed
  5. waxed
  6. waxed
present perfect
  1. have waxed
  2. have waxed
  3. has waxed
  4. have waxed
  5. have waxed
  6. have waxed
past continuous
  1. was waxing
  2. were waxing
  3. was waxing
  4. were waxing
  5. were waxing
  6. were waxing
future
  1. shall wax
  2. will wax
  3. will wax
  4. shall wax
  5. will wax
  6. will wax
continuous present
  1. am waxing
  2. are waxing
  3. is waxing
  4. are waxing
  5. are waxing
  6. are waxing
subjunctive
  1. be waxed
  2. be waxed
  3. be waxed
  4. be waxed
  5. be waxed
  6. be waxed
diverse
  1. wax!
  2. let's wax!
  3. waxed
  4. waxing
1. I, 2. you, 3. he/she/it, 4. we, 5. you, 6. they

Vertaal Matrix voor wax:

WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
in de was zetten wax
- climb; full; mount; rise

Verwante woorden van "wax":


Synoniemen voor "wax":


Antoniemen van "wax":

  • wane

Verwante definities voor "wax":

  1. any of various substances of either mineral origin or plant or animal origin; they are solid at normal temperatures and insoluble in water1
  2. go up or advance1
  3. increase in phase1
    • the moon is waxing1
  4. cover with wax1
    • wax the car1

Wiktionary: wax

wax
noun
  1. oily, water-resistant substance
  2. preparation containing wax, used as a polish
  3. process of growing
adjective
  1. made of wax
verb
  1. apply wax to
wax
verb
  1. toenemen, aangroeien
  2. groeien
  3. in de was zetten
noun
  1. smeersel om leer glanzend en soepel te houden en de kale plekken op te kleuren
  2. product van de bij

Cross Translation:
FromToVia
wax was WachsChemie: Ester aus Fettsäuren und langkettigen Alkoholenvergleiche Wikipedia|Wachs#Wachsarten|Wachs
wax meer gaan betalen; opslag geven; groeien; aangroeien; stijgen; toenemen; vergroten; vermeerderen; uitbouwen; uitbreiden; gedijen; wassen; aanwassen augmenterrendre une quantité plus grande.
wax was cirematière mou, très fusible et jaunâtre, avec laquelle les abeilles construire les gâteaux de leurs ruches et qu’on emploie à différents usages, dans les arts, dans l’économie domestique, etc.
wax in de was zetten; met was inwrijven; poetsen; schoenen poetsen cirer — Enduire de cirage une chaussure pour la faire briller.
wax gedijen; groeien; toenemen; wassen; aanwassen; groter worden grandir — intransitif|fr devenir plus grand.

Verwante vertalingen van waxen