Overzicht
Nederlands
Uitgebreide vertaling voor blokken (Nederlands) in het Duits
blokken:
Conjugations for blokken:
o.t.t.
- blok
- blokt
- blokt
- blokken
- blokken
- blokken
o.v.t.
- blokte
- blokte
- blokte
- blokten
- blokten
- blokten
v.t.t.
- heb geblokt
- hebt geblokt
- heeft geblokt
- hebben geblokt
- hebben geblokt
- hebben geblokt
v.v.t.
- had geblokt
- had geblokt
- had geblokt
- hadden geblokt
- hadden geblokt
- hadden geblokt
o.t.t.t.
- zal blokken
- zult blokken
- zal blokken
- zullen blokken
- zullen blokken
- zullen blokken
o.v.t.t.
- zou blokken
- zou blokken
- zou blokken
- zouden blokken
- zouden blokken
- zouden blokken
diversen
- blok!
- blokt!
- geblokt
- blokkend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het/u, 4. we. 5. jullie/u, 6. zij/ze
-
de blokken (hakblokken)
Verwante woorden van "blokken":
blok:
-
het blok (huizenblok)
der Häuserblock -
het blok (hakblok; snijblok; vleesblok; slagersblok)
-
de blok (speelgoedblok)
-
de blok
Verwante woorden van "blok":
Verwante definities voor "blok":
Computer vertaling door derden:
Images: