Engels naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. induction:
  2. Wiktionary:


Uitgebreide vertaling voor induction (Engels) in het Nederlands


induction [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the induction
    de inductie
    • inductie [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor induction:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
inductie induction
- elicitation; evocation; generalisation; generalization; inductance; inductive reasoning; initiation; installation; trigger

Verwante woorden van "induction":

  • inductions

Synoniemen voor "induction":

Verwante definities voor "induction":

  1. an act that sets in motion some course of events1
  2. the act of bringing about something (especially at an early time)1
    • the induction of an anesthetic state1
  3. reasoning from detailed facts to general principles1
  4. stimulation that calls up (draws forth) a particular class of behaviors1
  5. a formal entry into an organization or position or office1
    • he was ordered to report for induction into the army1
  6. an electrical phenomenon whereby an electromotive force (EMF) is generated in a closed circuit by a change in the flow of current1

Wiktionary: induction

  1. the act of inducting
  1. gevolgtrekking
  2. het opgang komen van een ontwikkeling door beïnvloeding door een ander deel
  3. de beïnvloedende werking op andere mensen
  4. het redeneren uitgaande van de afwijking
  5. spanningsopwekking in geleider

Cross Translation:
induction inductie inductionraisonnement qui consiste à rassembler une série d’observations spécifiques pour arriver à formuler une conclusion générale.

Verwante vertalingen van induction