Overzicht
Engels naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. self-sufficiency:


Engels

Uitgebreide vertaling voor self-sufficiency (Engels) in het Nederlands

self-sufficiency: (*Woord en zin splitter gebruikt)

self-sufficiency:


Vertaal Matrix voor self-sufficiency:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
- autonomy; self-direction; self-reliance

Synoniemen voor "self-sufficiency":


Verwante definities voor "self-sufficiency":

  1. personal independence1

Wiktionary: self-sufficiency

self-sufficiency
noun
  1. condition of being self-sufficient

Cross Translation:
FromToVia
self-sufficiency zelfvoorziening autosuffisance — philo|fr qualité de ce qui est évident et suffisant en soi.

Verwante vertalingen van self-sufficiency