Engels naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. sorry:
  2. Wiktionary:


Uitgebreide vertaling voor sorry (Engels) in het Nederlands


sorry bijvoeglijk naamwoord

  1. sorry
    sorry; pardon
    • sorry bijvoeglijk naamwoord
    • pardon bijvoeglijk naamwoord
  2. sorry (sad; sorrowful; plaintive; woeful)
    treurig; verdrietig; rouwig

Vertaal Matrix voor sorry:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
pardon absolution; amnesty; apology; excuse; forgiveness; forgivingness; grace; justification; mercy; pardon; remission; thinking up a story; vindication; weathering
sorry apology; excuse
Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
rouwig plaintive; sad; sorrowful; sorry; woeful
treurig plaintive; sad; sorrowful; sorry; woeful
verdrietig plaintive; sad; sorrowful; sorry; woeful dejected; despondent; discouraged; disheartened; dispirited; distressed; gloomy; sad
- bad; deplorable; distressing; good-for-naught; good-for-nothing; lamentable; meritless; no-account; no-count; no-good; pitiful; regretful; sad
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
pardon sorry
sorry sorry

Verwante woorden van "sorry":

  • sorriness, sorrier, sorriest

Synoniemen voor "sorry":

Antoniemen van "sorry":

  • unregretful

Verwante definities voor "sorry":

  1. bad; unfortunate1
    • a sorry state of affairs1
  2. feeling or expressing regret or sorrow or a sense of loss over something done or undone1
  3. without merit1
    • a sorry horse1
    • a sorry excuse1

Wiktionary: sorry

  1. regretful for an action or grieved
  2. poor, regrettable
  1. expression of regret or sorrow
  2. request to repeat
  1. een informele verontschuldiging of excuses

Cross Translation:
sorry bedroefd désolé — (2) Affligé

Verwante vertalingen van sorry