Uitgebreide vertaling voor tension (Engels) in het Nederlands


tension [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the tension (tightness; strain; tenseness)
    de spanning; de strakheid; de gespannenheid
  2. the tension (nervousness)
    de nervositeit; de zenuwachtigheid

Vertaal Matrix voor tension:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
gespannenheid strain; tenseness; tension; tightness burden; strain; stress; tenseness; tightness
nervositeit nervousness; tension
spanning strain; tenseness; tension; tightness burden; stress
strakheid strain; tenseness; tension; tightness
zenuwachtigheid nervousness; tension nervousness
- latent hostility; stress; tautness; tenseness; tensity
OverVerwante vertalingenAndere vertalingen
- elasticity; resilience

Verwante woorden van "tension":

Synoniemen voor "tension":

Verwante definities voor "tension":

  1. the action of stretching something tight1
    • tension holds the belt in the pulleys1
  2. (physics) a stress that produces an elongation of an elastic physical body1
    • the direction of maximum tension moves asymptotically toward the direction of the shear1
  3. feelings of hostility that are not manifest1
    • the diplomats' first concern was to reduce international tensions1
  4. a balance between and interplay of opposing elements or tendencies (especially in art or literature)1
    • there is a tension created between narrative time and movie time1
    • there is a tension between these approaches to understanding history1
  5. (psychology) a state of mental or emotional strain or suspense1
    • he suffered from fatigue and emotional tension1
  6. the physical condition of being stretched or strained1
    • it places great tension on the leg muscles1

Wiktionary: tension

  1. psychological state
  2. state of an elastic object
  3. voltage
  1. mechanische spanning
  2. emotionele spanning
  3. druk

Cross Translation:
tension tonus TonusMedizin: Grad des ständigen Spannungszustandes von lebendem Gewebe, Organen oder Organteilen, insbesondere der Muskeln, Gefäße und Nerven
tension spanning tension — État de ce qui est tendu (sens général)


tense bijvoeglijk naamwoord

  1. tense (strained; stressed; uptight)
    gespannen; gestressd; opgejaagd
  2. tense (exciting; thrilling)
    spannende; zinderende

Vertaal Matrix voor tense:

WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
- strain; tense up
Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
gespannen strained; stressed; tense; uptight
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
gestressd strained; stressed; tense; uptight
opgejaagd strained; stressed; tense; uptight
spannende exciting; tense; thrilling
zinderende exciting; tense; thrilling

Verwante woorden van "tense":

Synoniemen voor "tense":

Antoniemen van "tense":

Verwante definities voor "tense":

  1. taut or rigid; stretched tight1
    • tense piano strings1
  2. pronounced with relatively tense tongue muscles (e.g., the vowel sound in `beat')1
  3. in or of a state of physical or nervous tension1
  4. a grammatical category of verbs used to express distinctions of time1
  5. cause to be tense and uneasy or nervous or anxious1
    • he got a phone call from his lawyer that tensed him up1
  6. become tense, nervous, or uneasy1
    • He tensed up when he saw his opponent enter the room1
  7. increase the tension on1
    • alternately relax and tense your calf muscle1
    • tense the rope manually before tensing the spring1
  8. become stretched or tense or taut1
    • the bodybuilder's neck muscles tensed;1

Wiktionary: tense

  1. verb forms distinguishing time
  1. showing stress or strain
  1. make or become tense
  1. strak uitgerekt
  2. ongemakkelijk, blijk gevend van stress, het punt van (uit-)barsten naderend

Cross Translation:
tense tijd TempusLinguistik, speziell Grammatik: Eigenschaft, grammatische Kategorie des Verbs zur Anzeige einer Zeit oder Zeitstufe
tense verbinden; zwachtelen; inzwachtelen; omzwachtelen; nauwer aanhalen; opwinden; spannen; strekken; uitrekken bander — (familier, fr) Occitanie|fr exaspérer, gonfler.
tense samentrekken crisper — Contracter.
tense abrupt; bruusk; kortaf; gespannen; ingespannen; pakkend; spannend; strak; houterig; star; stijf; stram; stug; steil raide — Traductions à trier suivant le sens
tense nauwer aanhalen; opwinden; spannen; strekken; uitrekken raidirtendre ou étendre avec force ; rendre raide.
tense nauwer aanhalen; opwinden; spannen; strekken; uitrekken remonter — Traductions à trier suivant le sens
tense nauwer aanhalen; opwinden; spannen; strekken; uitrekken; dringen; drukken; knellen; persen; pressen; aandrukken; bijschuiven; insluiten; opsluiten; wegbergen; wegsluiten; bergen; opbergen; aaneensluiten; binden; verdichten serrer — Renfermer, ranger, mettre en lieu sûr, à l’abri. (Sens général).
tense nauwer aanhalen; opwinden; spannen; strekken; uitrekken tendreétirer un fil, une corde, une surface; tirer une corde par plusieurs côtés pour la rendre raide ; étirer une peau.

Verwante vertalingen van tension