Engels naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. toiling:
  2. toil:
  3. Wiktionary:


Uitgebreide vertaling voor toiling (Engels) in het Nederlands


toiling [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the toiling (drudgery; drudging)
  2. the toiling (drudgery; toil)
    het geploeter; het gezwoeg
  3. the toiling (worrying; drudgery; troubling)
    het tobben
    • tobben [het ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor toiling:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
afbeulen drudgery; drudging; toiling
geploeter drudgery; toil; toiling
gezwoeg drudgery; toil; toiling
tobben drudgery; toiling; troubling; worrying
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
afbeulen drudge; go out of one's way; put oneself out; slave; slave away; sweat one's guts out; work hard; work like the devil; work oneself to the bone; work to pieces
tobben bother; brood; fret; mope; worry
Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
- drudging; laboring; labouring

Verwante woorden van "toiling":

Synoniemen voor "toiling":

Verwante definities voor "toiling":

  1. doing arduous or unpleasant work1
    • toiling coal miners in the black deeps1

toiling vorm van toil:

to toil werkwoord (toils, toiled, toiling)

  1. to toil (plod on; plod along; plod)

Conjugations for toil:

  1. toil
  2. toil
  3. toils
  4. toil
  5. toil
  6. toil
simple past
  1. toiled
  2. toiled
  3. toiled
  4. toiled
  5. toiled
  6. toiled
present perfect
  1. have toiled
  2. have toiled
  3. has toiled
  4. have toiled
  5. have toiled
  6. have toiled
past continuous
  1. was toiling
  2. were toiling
  3. was toiling
  4. were toiling
  5. were toiling
  6. were toiling
  1. shall toil
  2. will toil
  3. will toil
  4. shall toil
  5. will toil
  6. will toil
continuous present
  1. am toiling
  2. are toiling
  3. is toiling
  4. are toiling
  5. are toiling
  6. are toiling
  1. be toiled
  2. be toiled
  3. be toiled
  4. be toiled
  5. be toiled
  6. be toiled
  1. toil!
  2. let's toil!
  3. toiled
  4. toiling
1. I, 2. you, 3. he/she/it, 4. we, 5. you, 6. they

toil [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the toil (drudgery; toiling)
    het geploeter; het gezwoeg

Vertaal Matrix voor toil:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
geploeter drudgery; toil; toiling
gezwoeg drudgery; toil; toiling
- labor; labour
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
zich voortslepen plod; plod along; plod on; toil
- dig; drudge; fag; grind; labor; labour; moil; travail
OverVerwante vertalingenAndere vertalingen
- work

Verwante woorden van "toil":

Synoniemen voor "toil":

Verwante definities voor "toil":

  1. productive work (especially physical work done for wages)1
  2. work hard1

Wiktionary: toil

  1. labor, work
  1. to labour, to work
  1. dat wat gedaan moet worden