Engels

Uitgebreide vertaling voor voids (Engels) in het Nederlands

voids:

voids [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the voids (spaces; rooms)
    de ruimtes
    • ruimtes [de ~] zelfstandig naamwoord, mv.

Vertaal Matrix voor voids:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
ruimtes rooms; spaces; voids

Verwante woorden van "voids":


void:

void bijvoeglijk naamwoord

  1. void (invalid; unconstrained; null; )
    ongeldig; nietig

void [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the void (blank; lacuna; hiatus; gap)
    de lacune; de leegte; de leemte
    • lacune [de ~] zelfstandig naamwoord
    • leegte [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord
    • leemte [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord
  2. the void (vacuum)
    luchtledige ruimte; het vacuüm
  3. the void (emptiness; blank)
    de leegte; de ledigheid
    • leegte [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord
    • ledigheid [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord
  4. the void (empty space)
    lege ruimte

to void werkwoord (voids, voided, voiding)

  1. to void
    – To prohibit the use of a document as a contract. 1

Conjugations for void:

present
  1. void
  2. void
  3. voids
  4. void
  5. void
  6. void
simple past
  1. voided
  2. voided
  3. voided
  4. voided
  5. voided
  6. voided
present perfect
  1. have voided
  2. have voided
  3. has voided
  4. have voided
  5. have voided
  6. have voided
past continuous
  1. was voiding
  2. were voiding
  3. was voiding
  4. were voiding
  5. were voiding
  6. were voiding
future
  1. shall void
  2. will void
  3. will void
  4. shall void
  5. will void
  6. will void
continuous present
  1. am voiding
  2. are voiding
  3. is voiding
  4. are voiding
  5. are voiding
  6. are voiding
subjunctive
  1. be voided
  2. be voided
  3. be voided
  4. be voided
  5. be voided
  6. be voided
diverse
  1. void!
  2. let's void!
  3. voided
  4. voiding
1. I, 2. you, 3. he/she/it, 4. we, 5. you, 6. they

Vertaal Matrix voor void:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
lacune blank; gap; hiatus; lacuna; void
ledigheid blank; emptiness; void
leegte blank; emptiness; gap; hiatus; lacuna; void
leemte blank; gap; hiatus; lacuna; void
lege ruimte empty space; void
luchtledige ruimte vacuum; void
vacuüm vacuum; void
- emptiness; nihility; nothingness; nullity; vacancy; vacuum
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
ongeldig maken void
- annul; avoid; empty; evacuate; invalidate; nullify; quash; vitiate
Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
nietig invalid; minimal; natural; null; relaxed; slight; unconstrained; void modest; unassuming; unpretentious
ongeldig invalid; minimal; natural; null; relaxed; slight; unconstrained; void invalid; not valid
- null

Verwante woorden van "void":


Synoniemen voor "void":


Antoniemen van "void":


Verwante definities voor "void":

  1. containing nothing2
    • the earth was without form, and void2
  2. lacking any legal or binding force2
    • null and void2
  3. an empty area or space2
    • the huge desert voids2
  4. the state of nonexistence2
  5. excrete or discharge from the body2
  6. take away the legal force of or render ineffective2
  7. clear (a room, house, place) of occupants or empty or clear (a place or receptacle) of something2
    • The chemist voided the glass bottle2
    • The concert hall was voided of the audience2
  8. declare invalid2
    • void a plea2
  9. To prohibit the use of a document as a contract.1

Wiktionary: void

void
adjective
  1. Having lost all legal validity
noun
  1. An empty space; a vacuum
verb
  1. to make invalid or worthless
  2. (medicine) to empty
void
adjective
  1. leeg

Cross Translation:
FromToVia
void afgelasten; annuleren; ontbinden; tenietdoen; terugnemen abroger — Rendre nul. principalement en parlant de lois, de coutumes
void afschaffen; afgelasten; annuleren; ontbinden; tenietdoen; terugnemen; afzeggen annulerrendre nul.
void aftands; bouwvallig; gammel; uitgeleefd; uitgewoond; wrak caduc — (botanique) Se dit d’un organe, notamment les feuilles, se détachant et tombant chaque année.
void leeg; ledig; onbezet; opengevallen; vacant; behoeftig; berooid; nooddruftig; hol; lens; loos vide — Qui ne contenir rien ; qui est totalement dépourvoir de.
void vacuüm; leegte videespace vide.
void bejaard; oud; vergevorderd; aftands; bouwvallig; gammel; uitgeleefd; uitgewoond; wrak vieux — D’un certain âge (relatif à un autre).