Overzicht


Engels

Uitgebreide vertaling voor cords (Engels) in het Zweeds

cords:

cords [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the cords (strings; ropes)
    rep; sladdar; snören
    • rep [-ett] zelfstandig naamwoord
    • sladdar zelfstandig naamwoord
    • snören zelfstandig naamwoord
  2. the cords (strings; laces; ropes)
    band; rep; linor; snören
    • band [-ett] zelfstandig naamwoord
    • rep [-ett] zelfstandig naamwoord
    • linor zelfstandig naamwoord
    • snören zelfstandig naamwoord
  3. the cords (flexes)
    sladd; kabel
    • sladd [-en] zelfstandig naamwoord
    • kabel [-en] zelfstandig naamwoord
  4. the cords (ropes; strings)
    rep
    • rep [-ett] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor cords:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
band cords; laces; ropes; strings association; audiotape; band; bands; bond; border; braid; cassette; cassette-tape; connection; fringe; junction; lace; liaison; link; magnetic tape; orchestra; order; recording tape; relation; relationship; ribbon; ribbons; rim; strap; strip; tape; tapes; tress; trimming
kabel cords; flexes cable; chain; hawser; lead; ripcord; rope; wire
linor cords; laces; ropes; strings
rep cords; laces; ropes; strings chain; cord; hawser; line; rope
sladd cords; flexes chord; string
sladdar cords; ropes; strings
snören cords; laces; ropes; strings bits of rope; strings
- corduroys

Verwante woorden van "cords":


Synoniemen voor "cords":

  • corduroys; trouser; pant

Verwante definities voor "cords":

  1. cotton trousers made of corduroy cloth1

cord:

cord [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the cord (line)
    snöre; rep; lina
    • snöre [-ett] zelfstandig naamwoord
    • rep [-ett] zelfstandig naamwoord
    • lina [-en] zelfstandig naamwoord
  2. the cord (fathom)
    famn
    • famn [-en] zelfstandig naamwoord
  3. the cord (corduroy)
    manchester; manchestersammet

cord

  1. cord (braid)

Vertaal Matrix voor cord:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
famn cord; fathom bosoms; lap
lina cord; line
manchester cord; corduroy
manchestersammet cord; corduroy
rep cord; line chain; cords; hawser; laces; rope; ropes; strings
snöre cord; line border; braid; chord; edging; fringe; lace; laces; passementerie; ribbon; rim; ropes; string; tress; trimming
- corduroy; electric cord
OverVerwante vertalingenAndere vertalingen
träns braid; cord

Verwante woorden van "cord":


Synoniemen voor "cord":


Verwante definities voor "cord":

  1. a line made of twisted fibers or threads1
    • the bundle was tied with a cord1
  2. a cut pile fabric with vertical ribs; usually made of cotton1
  3. a light insulated conductor for household use1
  4. a unit of amount of wood cut for burning; 128 cubic feet1
  5. bind or tie with a cord1
  6. stack in cords1
    • cord firewood1

Wiktionary: cord

cord
noun
  1. unit of measurement for firewood
  2. wires surrounded by a coating, used to supply electricity

Cross Translation:
FromToVia
cord passpoal Bieseschmaler Nahtbesatz an Kleidungsstücken und Lederwaren
cord navelsträng NabelschnurAnatomie: Verbindungsstrang zwischen Bauchnabel eines Neugeborenen und der Plazenta (dem Mutterkuchen); enthält drei Blutgefäße
cord snöre Schnur — robustes Textilgeflecht in länglicher Form
cord lina; rep; sladd; snodd; snöre; streck cordetortis fait ordinairement de chanvre et quelquefois de coton, de laine, de soie, d’écorce d’arbres, de poil, de crin, de jonc et d’autres matières pliantes et flexibles.

Verwante vertalingen van cords