Overzicht
Engels naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. minus:
  2. Wiktionary:


Engels

Uitgebreide vertaling voor minus (Engels) in het Zweeds

minus:

minus bijvoeglijk naamwoord

  1. minus
    minus-
    • minus- bijvoeglijk naamwoord

minus [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the minus (minus sign)
    minus; minustecken

Vertaal Matrix voor minus:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
minus minus; minus sign
minustecken minus; minus sign
- subtraction
Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
- negative
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
minus- minus

Verwante woorden van "minus":

  • minuses

Synoniemen voor "minus":


Antoniemen van "minus":


Verwante definities voor "minus":

  1. involving disadvantage or harm1
    • minus (or negative) factors1
  2. on the negative side or lower end of a scale1
    • minus 5 degrees1
    • a grade of B minus1
  3. an arithmetic operation in which the difference between two numbers is calculated1
    • four minus three equals one1

Wiktionary: minus

minus
noun
  1. defect or deficiency
  2. mathematics: negative quantity
adjective
  1. ranking just below a designated rating
  2. on the negative part of a scale
  3. negative
en-con
  1. mathematics: less

Cross Translation:
FromToVia
minus minus Minusohne Plural: Fehlendes bei einer Abrechnung
minus minus minusweniger

Verwante vertalingen van minus