Overzicht
Engels naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. scars:
  2. scar:
  3. Wiktionary:


Engels

Uitgebreide vertaling voor scars (Engels) in het Zweeds

scars:

scars [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the scars (marks)
    ärr
    • ärr [-ett] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor scars:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
ärr marks; scars cicatrice; mark; scar

Verwante woorden van "scars":


scar:

scar [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the scar (cicatrice; mark)
    – a mark left (usually on the skin) by the healing of injured tissue 1
    ärr
    • ärr [-ett] zelfstandig naamwoord

scar

  1. scar
  2. scar

Vertaal Matrix voor scar:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
ärr cicatrice; mark; scar marks; scars
- cicatrice; cicatrix; mark; scrape; scratch
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
- mark; pit; pock
OverVerwante vertalingenAndere vertalingen
ärra scar
ärras scar

Verwante woorden van "scar":


Synoniemen voor "scar":


Verwante definities voor "scar":

  1. an indication of damage1
  2. a mark left (usually on the skin) by the healing of injured tissue1
  3. mark with a scar1
    • The skin disease scarred his face permanently1

Wiktionary: scar

scar
noun
  1. a permanent mark on the skin sometimes caused by the healing of a wound

Cross Translation:
FromToVia
scar ärr Narbe — verheilende Wunde oder sichtbares Überbleibsel einer Wunde
scar hugg; ärr balafre — Longue entaille, plaie faite particulièrement au visage.
scar ärr cicatricemarque des blessures, des plaies, qui rester après la guérison.
scar ärra; cikatrisera cicatriserproduire une cicatrice.