Overzicht
Engels naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. titular:
  2. Wiktionary:


Engels

Uitgebreide vertaling voor titular (Engels) in het Zweeds

titular:

titular [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the titular (holder of an office; titleholder; functionary; title bearer)
    titelbärare; tjänsteinnehavare

titular bijvoeglijk naamwoord

  1. titular
    formell; formellt; titulärt-

Vertaal Matrix voor titular:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
titelbärare functionary; holder of an office; title bearer; titleholder; titular
tjänsteinnehavare functionary; holder of an office; title bearer; titleholder; titular
Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
- nominal; titulary
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
formell titular formal
formellt titular formal; official; stately
titulärt- titular

Synoniemen voor "titular":


Verwante definities voor "titular":

  1. existing in name only1
    • the nominal (or titular) head of his party1
  2. of or associated with or bearing a title signifying nobility1
    • titular dignitaries1
  3. of or pertaining to the title of a work of art1
    • performed well in the titular (or title) role1
    • the titular theme of the book1
  4. of or bearing a title signifying status or function1
    • of titular rank1
  5. of or relating to a legal title to something1

Wiktionary: titular


Cross Translation:
FromToVia
titular nominell nominell — dem Namen nach

Verwante vertalingen van titular