Overzicht
Spaans naar Duits:   Meer gegevens...
  1. flamenco:
  2. Wiktionary:


Spaans

Uitgebreide vertaling voor flamenco (Spaans) in het Duits

flamenco:

flamenco [el ~] zelfstandig naamwoord

  1. el flamenco
    der Flamingo
    • Flamingo [der ~] zelfstandig naamwoord
  2. el flamenco
    der Flame
    • Flame [der ~] zelfstandig naamwoord

flamenco bijvoeglijk naamwoord

  1. flamenco
    flämisch

Vertaal Matrix voor flamenco:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
Flame flamenco
Flamingo flamenco
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
flämisch flamenco

Verwante woorden van "flamenco":

  • flamenca, flamencas, flamencos

Synoniemen voor "flamenco":


Wiktionary: flamenco

flamenco
noun
  1. Gruppe aller niederländischen Dialekte Belgiens, die in Flandern und Brüssel gesprochen werden (Brabantisch, Limburgisch, Ostflämisch und Westflämisch)
  2. Linguistik: Gruppe der niederländischen Dialekte Ostflämisch und Westflämisch, die in den belgischen Regionen Westflandern und Ostflandern gesprochen werden
  3. Ornithologie: Vogelart (Phoenicoparrus) mit langen dünnen Beinen, einem langen biegsamen Hals und einem rosa Gefieder

Cross Translation:
FromToVia
flamenco flämisch Flemish — of or relating to Flanders
flamenco Flämisch Flemish — the Dutch language as it is spoken in Flanders
flamenco Flamenco flamenco — a genre of folk music and dance native to Andalusia, Spain
flamenco Flamingo flamingo — bird
flamenco Flamländer; Flame Vlaming — een inwoner van Vlaanderen of iemand afkomstig uit Vlaanderen
flamenco Flämisch Vlaams — het Nederlands dat in Vlaanderen gesproken wordt
flamenco flämisch; flandrisch flamand — linguistique|nocat=1 Relatif à la langue flamande, à la Flandre ou à ses habitants.