Spaans

Uitgebreide vertaling voor ruedo (Spaans) in het Nederlands

ruedo:

ruedo [el ~] zelfstandig naamwoord

  1. el ruedo
    spinspoel; spinklos

Vertaal Matrix voor ruedo:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
spinklos ruedo
spinspoel ruedo

Synoniemen voor "ruedo":


Wiktionary: ruedo


Cross Translation:
FromToVia
ruedo manchet cuff — The end of a shirt sleeve that covers the wrist
ruedo rol roll — the act of rolling

ruedo vorm van rodar:

rodar werkwoord

  1. rodar (deambular; estar tirado)
    ronddwalen; dolen; waren
    • ronddwalen werkwoord (dwaal rond, dwaalt rond, dwaalde rond, dwaalden rond, rondgedwaald)
    • dolen werkwoord (dool, doolt, doolde, doolden, gedoold)
    • waren werkwoord (waar, waart, waarde, waarden, gewaard)
  2. rodar (girar; tornar; dar; )
    draaien; wenden; zwenken
    • draaien werkwoord (draai, draait, draaide, draaiden, gedraaid)
    • wenden werkwoord (wend, wendt, wendde, wendden, gewend)
    • zwenken werkwoord (zwenk, zwenkt, zwenkte, zwenkten, gezwenkt)
  3. rodar (filmar)
    filmen
    • filmen werkwoord (film, filmt, filmde, filmden, gefilmd)
  4. rodar
    taxiën
  5. rodar (tornar; dar vueltas a; girar; )
    draaien; wenden; keren
    • draaien werkwoord (draai, draait, draaide, draaiden, gedraaid)
    • wenden werkwoord (wend, wendt, wendde, wendden, gewend)
    • keren werkwoord (keer, keert, keerde, keerden, gekeerd)
  6. rodar (arremolinar; girar; arremolinarse; dar vueltas; dar vueltas a)
    draaien; kolken; ronddraaien
    • draaien werkwoord (draai, draait, draaide, draaiden, gedraaid)
    • kolken werkwoord (kolk, kolkt, kolkte, kolkten, gekolkt)
    • ronddraaien werkwoord (draai rond, draait rond, draaide rond, draaiden rond, rondgedraaid)
  7. rodar (seguir rodando)
    doorrollen
    • doorrollen werkwoord (rol door, rolt door, rolde door, rolden door, doorgerold)
  8. rodar (examinar; revisar; tomar; )
    controleren; inspecteren; examineren; schouwen; keuren
    • controleren werkwoord (controleer, controleert, controleerde, controleerden, gecontroleerd)
    • inspecteren werkwoord (inspecteer, inspecteert, inspecteerde, inspecteerden, geïnspecteerd)
    • examineren werkwoord (examineer, examineert, examineerde, examineerden, geëxamineerd)
    • schouwen werkwoord (schouw, schouwt, schouwde, schouwden, geschouwd)
    • keuren werkwoord (keur, keurt, keurde, keurden, gekeurd)
  9. rodar (girar; tornar; dar vueltas a; )
    omwenden
    • omwenden werkwoord (wend om, wendt om, wendde om, wendden om, omgewend)
  10. rodar (vagar; pasear; deambular; extraviarse; vagabundear)
    zwerven; omzwerven
    • zwerven werkwoord (zwerf, zwerft, zwierf, zwierven, gezworven)
    • omzwerven werkwoord (omzwerf, omzwerft, omzworf, omzworven, omgezworven)
  11. rodar (girar; dar vueltas; caer en; )
    draaien; tollen; rondtollen
    • draaien werkwoord (draai, draait, draaide, draaiden, gedraaid)
    • tollen werkwoord (tol, tolt, tolde, tolden, getold)
    • rondtollen werkwoord (tol rond, tolt rond, tolde rond, tolden rond, rondgetold)

Conjugations for rodar:

presente
  1. ruedo
  2. ruedas
  3. rueda
  4. rodamos
  5. rodáis
  6. ruedan
imperfecto
  1. rodaba
  2. rodabas
  3. rodaba
  4. rodábamos
  5. rodabais
  6. rodaban
indefinido
  1. rodé
  2. rodaste
  3. rodó
  4. rodamos
  5. rodasteis
  6. rodaron
fut. de ind.
  1. rodaré
  2. rodarás
  3. rodará
  4. rodaremos
  5. rodaréis
  6. rodarán
condic.
  1. rodaría
  2. rodarías
  3. rodaría
  4. rodaríamos
  5. rodaríais
  6. rodarían
pres. de subj.
  1. que ruede
  2. que ruedes
  3. que ruede
  4. que rodemos
  5. que rodéis
  6. que rueden
imp. de subj.
  1. que rodara
  2. que rodaras
  3. que rodara
  4. que rodáramos
  5. que rodarais
  6. que rodaran
miscelánea
  1. ¡rueda!
  2. ¡rodad!
  3. ¡no ruedes!
  4. ¡no rodéis!
  5. rodado
  6. rodando
1. yo, 2. tĆŗ, 3. Ć©l/ella/usted, 4. nosotros/nosotras, 5. vosotros/vosotras, 6. ellos/ellas/ustedes

Vertaal Matrix voor rodar:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
controleren auditoría; controlar; sondeo
draaien girar
keuren reconocimiento
schouwen chimeneas; tubos de la chimenea
waren mercadería; mercancías
zwenken girar
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
controleren contestar; examinar; grabar; inspeccionar; pasar revista a; prosperar; reconocer; revisar; rodar; tomar analizar; auditar; auditoría; averiguar; calcular; cheqear; comprobar; controlar; revisar; verificar
dolen deambular; estar tirado; rodar
doorrollen rodar; seguir rodando
draaien apartar; arremolinar; arremolinarse; caer en; dar; dar la vuelta; dar vueltas; dar vueltas a; dar vueltas sobre su eje; girar; girar sobre su eje; hacer girar; hacer rodar; regresar; rodar; tornar cambiar de dirección; dar la vuelta; dar vueltas; girar; rotación; tornar; tornarse
examineren contestar; examinar; grabar; inspeccionar; pasar revista a; prosperar; reconocer; revisar; rodar; tomar chequear; comprobar; examinar; hacer una prueba escrita; investigar; someter a prueba
filmen filmar; rodar
inspecteren contestar; examinar; grabar; inspeccionar; pasar revista a; prosperar; reconocer; revisar; rodar; tomar abarcar con la vista; controlar; examinar; inspeccionar; ir a ver; pasar revista a; repasar; verificar; visitar
keren dar la vuelta; dar vueltas a; dar vueltas sobre su eje; girar; girar sobre su eje; hacer girar; hacer rodar; rodar; tornar cambiar de dirección; dar la vuelta; regresar; tornar; volver
keuren contestar; examinar; grabar; inspeccionar; pasar revista a; prosperar; reconocer; revisar; rodar; tomar aquilatar; buscar; catar; comprobar; controlar; corregir; ensayar; examinar; inspeccionar; mirar; pasar revista a; probar; repasar; someter a prueba; verificar
kolken arremolinar; arremolinarse; dar vueltas; dar vueltas a; girar; rodar dar vueltas; girar como una rueda; revolotear
omwenden dar la vuelta; dar vueltas a; dar vueltas sobre su eje; girar; girar sobre su eje; hacer girar; hacer rodar; invertir; poner al revés; rodar; tornar
omzwerven deambular; extraviarse; pasear; rodar; vagabundear; vagar
ronddraaien arremolinar; arremolinarse; dar vueltas; dar vueltas a; girar; rodar dar vueltas; girar; tornar; tornarse
ronddwalen deambular; estar tirado; rodar
rondtollen arremolinar; arremolinarse; caer en; dar vueltas; dar vueltas a; girar; hacer girar; rodar
schouwen contestar; examinar; grabar; inspeccionar; pasar revista a; prosperar; reconocer; revisar; rodar; tomar inspeccionar; mirar; observar
taxiën rodar
tollen arremolinar; arremolinarse; caer en; dar vueltas; dar vueltas a; girar; hacer girar; rodar
waren deambular; estar tirado; rodar
wenden apartar; dar; dar la vuelta; dar vueltas a; dar vueltas sobre su eje; girar; girar sobre su eje; hacer girar; hacer rodar; regresar; rodar; tornar cambiar de dirección; dar la vuelta; tornar
zwenken apartar; dar; girar; hacer girar; regresar; rodar; tornar apartarse; balancearse; girar; hacer eses; hacerse a un lado; oscilar; tambalear; virar
zwerven deambular; extraviarse; pasear; rodar; vagabundear; vagar deambular; emigrar; errar; estar tirado; partir; salir; vagabundear; vagar; viajar; viajar por

Synoniemen voor "rodar":


Wiktionary: rodar

rodar
verb
  1. zich wentelend over een oppervlak bewegen
  2. draaien om een as

Cross Translation:
FromToVia
rodar kieperen; tuimelen; duikelen purzeln — mit dem Kopf voraus hinfallen
rodar rollen roll — to cause to revolve
rodar rollen roll — to drive or impel forward with an easy motion
rodar rollen roll — to move, or cause to be moved, upon rollers or small wheels
rodar bedotten; rollen; wentelen rouler — Traductions à trier suivant le sens