Overzicht
Spaans naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. alifafe:


Spaans

Uitgebreide vertaling voor alifafe (Spaans) in het Zweeds

alifafe:

alifafe [el ~] zelfstandig naamwoord

  1. el alifafe (achaque; enfermedad)
    brist; åkomma; last; krämpa
    • brist [-en] zelfstandig naamwoord
    • åkomma [-en] zelfstandig naamwoord
    • last [-en] zelfstandig naamwoord
    • krämpa [-en] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor alifafe:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
brist achaque; alifafe; enfermedad ausencia; carencia; defecto; deficiencia; déficit; escasez; existencias agotadas; fallo; falta; falta de peso; frugalidad; imperfección; insuficiencia; necesidad; parquedad; penuria; pobreza; privación
krämpa achaque; alifafe; enfermedad achaque; afección; dolencia; enfermedad; incomodidad; mal; molestia
last achaque; alifafe; enfermedad calce; calzo; camionada; carga; carga sentimental; cargamento; cargas; cargo; chaveta; cuña; embarque; estiba; flete; gravamen; imputación; lastre; mercancía; mercancías; peso; porte
åkomma achaque; alifafe; enfermedad
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
krämpa tener convulsiones

Verwante woorden van "alifafe":

  • alifafes