Overzicht
Nederlands naar Duits:   Meer gegevens...
  1. gezever:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor gezever (Nederlands) in het Duits

gezever:

gezever [het ~] zelfstandig naamwoord

  1. het gezever (gezeur; gemekker)
    Gefasel; Geleier; die Quengelei
    • Gefasel [das ~] zelfstandig naamwoord
    • Geleier [das ~] zelfstandig naamwoord
    • Quengelei [die ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor gezever:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
Gefasel gemekker; gezeur; gezever apekool; flauwekul; gebabbel; gebazel; gebeuzel; gekeuvel; geklets; gekwebbel; geleuter; gelul; gewauwel; gezwam; gezwets; humbug; klets; kletskoek; kolder; kolderverhaal; kul; larie; leuterpraat; nonsens; rimram; waanzin
Geleier gemekker; gezeur; gezever gebabbel; gebazel; gedonderjaag; gekeuvel; geklets; gekwebbel; geleuter; gelul; gemekker; geravot; gestoei; gewauwel; gezanik; gezeur; gezwam; gezwets; jengel; leuterpraat; stoeierij; stoeipartij
Quengelei gemekker; gezeur; gezever