Overzicht
Nederlands naar Duits:   Meer gegevens...
  1. incasseerbaar:
  2. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor incasseerbaar (Nederlands) in het Duits

incasseerbaar:

incasseerbaar bijvoeglijk naamwoord

  1. incasseerbaar (opvorderbaar; opeisbaar; inbaar)
    einforderbar; einziehbar; einlösbar; eintreibbar

Vertaal Matrix voor incasseerbaar:

BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
einforderbar inbaar; incasseerbaar; opeisbaar; opvorderbaar terugvorderbaar
einlösbar inbaar; incasseerbaar; opeisbaar; opvorderbaar inruilbaar; inwisselbaar; ruilbaar; verzilverbaar; wisselbaar
eintreibbar inbaar; incasseerbaar; opeisbaar; opvorderbaar verhaalbaar
einziehbar inbaar; incasseerbaar; opeisbaar; opvorderbaar intrekbaar

Verwante woorden van "incasseerbaar":

  • incasseerbare

Wiktionary: incasseerbaar

incasseerbaar
adjective
  1. geïncasseerd kunnende worden.

Cross Translation:
FromToVia
incasseerbaar flüssig fluid — convertible into cash