Nederlands

Uitgebreide vertaling voor kloof (Nederlands) in het Spaans

kloof:

kloof [de ~] zelfstandig naamwoord

  1. de kloof (inkeping; reet; uitsparing; )
    la muesca; escopladura; la entalladura
  2. de kloof (tussenruimte; uitsparing; spleet; opening)
    el abismo; la abertura; la grieta; la quebrada; el espacio intermedio; el barranco; la fisura; la hendidura; el espacio; el intervalo; el precipicio
  3. de kloof (bergkloof; bergspleet; rotskloof)
    el barranco; la quebrada; la garganta; el precipicio; el canal; la distancia; la zanja; el surco; el alejamiento; la ranura; la rendija; la hendidura; el resquicio; el intersticio

Vertaal Matrix voor kloof:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
abertura kloof; opening; spleet; tussenruimte; uitsparing aanvang; achterbuurt; begin; buurtschap; doorkijk; eerlijkheid; gat; gehucht; gribus; insnijding; inzet; kijkje; krottenbuurt; krottenwijk; lek; lekken; onbevangenheid; openhartigheid; openheid; opening; oprechtheid; rechtschapenheid; rondborstigheid; rondheid; split; staartstuk; start; stuit
abismo kloof; opening; spleet; tussenruimte; uitsparing afgrond; diepte; grondeloze diepte; ravijn
alejamiento bergkloof; bergspleet; kloof; rotskloof vervreemding; verwijdering
barranco bergkloof; bergspleet; kloof; opening; rotskloof; spleet; tussenruimte; uitsparing ravijn
canal bergkloof; bergspleet; kloof; rotskloof brandgang; communicatiekanaal; geul; gleuf; gracht; gracht rond stad; kanaal; langwerpige uitholling; opening; singel; sleuf; stadsgracht; trekvaart; vaargeul; vaart; vore
distancia bergkloof; bergspleet; kloof; rotskloof afstand; afstandelijkheid; distantie; eindpunt; gereserveerdheid; kilte; koelheid; koelte
entalladura barst; gat; groef; inkeping; kloof; opening; reet; scheur; split; uitsparing boterham; inkeping; inkerving; insnijding; jaap; kartel; keep; kerf; kerfsnede; plak brood; snede; snee; sneetje
escopladura barst; gat; groef; inkeping; kloof; opening; reet; scheur; split; uitsparing
espacio kloof; opening; spleet; tussenruimte; uitsparing Space; heelal; interim; locatie; plaats; plek; ruimte; spatie; tussenpoos; tussentijd; universum; wereldruimte
espacio intermedio kloof; opening; spleet; tussenruimte; uitsparing heelal; ruimte; universum; wereldruimte
fisura kloof; opening; spleet; tussenruimte; uitsparing
garganta bergkloof; bergspleet; kloof; rotskloof engte; fleshals; flessenhals; keelholte; nauwte
grieta kloof; opening; spleet; tussenruimte; uitsparing barst; breuk; gleuf; kier; kiertje; krak; opening; rotsspelonk; rotsspleet; scheur; sleuf
hendidura bergkloof; bergspleet; kloof; opening; rotskloof; spleet; tussenruimte; uitsparing barst; breuk; buurtschap; gat; gehucht; geul; gleuf; groef; groeve; insnijding; krak; langwerpige uitholling; opening; rotsspleet; scheur; sleuf; split; spouw; vaargeul
intersticio bergkloof; bergspleet; kloof; rotskloof kiertje; naad; voeg
intervalo kloof; opening; spleet; tussenruimte; uitsparing bereik; interim; interval; toonafstand; tussenpoos; tussentijd
muesca barst; gat; groef; inkeping; kloof; opening; reet; scheur; split; uitsparing inkeping; inkerving; insnijding; jaap; keep; kerf; kerfsnede; snede; snee
precipicio bergkloof; bergspleet; kloof; opening; rotskloof; spleet; tussenruimte; uitsparing afgrond; diepte; grondeloze diepte; ravijn
quebrada bergkloof; bergspleet; kloof; opening; rotskloof; spleet; tussenruimte; uitsparing
ranura bergkloof; bergspleet; kloof; rotskloof geul; gleuf; groef; groeve; kier; langwerpige uitholling; naad; opening; ribbel; sleuf; sponning; vaargeul; voeg; vore
rendija bergkloof; bergspleet; kloof; rotskloof geul; gleuf; groef; groeve; kier; langwerpige uitholling; opening; sleuf; vaargeul; vore
resquicio bergkloof; bergspleet; kloof; rotskloof kiertje
surco bergkloof; bergspleet; kloof; rotskloof gleuf; groef; groeve; langwerpige uitholling; opening; sleuf; vore
zanja bergkloof; bergspleet; kloof; rotskloof brandgang; gleuf; greppel; groef; groeve; langwerpige uitholling; opening; sleuf; sloot

Synoniemen voor "kloof":


Verwante definities voor "kloof":

  1. diepe barst1
    • er loopt een kloof tussen de twee bergen1

Wiktionary: kloof

kloof
noun
  1. een ten gevolge van erosie, diep uitgesleten rivierdal, met steile wanden

Cross Translation:
FromToVia
kloof barranca; cañón canyon — a valley cut in rock by a river
kloof disensión chasm — difference of opinion
kloof abismo; sima; barranca; barranco; cañón; garganta chasm — gap
kloof garganta gorge — deep passage
kloof rasgadura rent — a tear or rip
kloof barranca; cañón Schlucht — enger und steiler Einschnitt in ein Tal
kloof abismo; despeñadero; precipicio abîme — géographie|fr gouffre très profond.
kloof grieta crevasse — Fente à l’épiderme
kloof fauces; abismo; despeñadero; precipicio gouffrecavité large et profonde, vide ou remplie d’eau.

kloven:

kloven werkwoord (kloof, klooft, kloofde, kloofden, gekloofd)

  1. kloven (uiteensplijten; splitsen; splijten; klieven)
  2. kloven (in tweeën houwen; klieven; doormidden hakken; )
    cortar; hendir; hender; partir; cruzar; atravesar; rajar; surcar; escindir; fisionar; hendirse

Conjugations for kloven:

o.t.t.
  1. kloof
  2. klooft
  3. klooft
  4. kloven
  5. kloven
  6. kloven
o.v.t.
  1. kloofde
  2. kloofde
  3. kloofde
  4. kloofden
  5. kloofden
  6. kloofden
v.t.t.
  1. heb gekloofd
  2. hebt gekloofd
  3. heeft gekloofd
  4. hebben gekloofd
  5. hebben gekloofd
  6. hebben gekloofd
v.v.t.
  1. had gekloofd
  2. had gekloofd
  3. had gekloofd
  4. hadden gekloofd
  5. hadden gekloofd
  6. hadden gekloofd
o.t.t.t.
  1. zal kloven
  2. zult kloven
  3. zal kloven
  4. zullen kloven
  5. zullen kloven
  6. zullen kloven
o.v.t.t.
  1. zou kloven
  2. zou kloven
  3. zou kloven
  4. zouden kloven
  5. zouden kloven
  6. zouden kloven
en verder
  1. is gekloofd
diversen
  1. kloof!
  2. klooft!
  3. gekloofd
  4. klovend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

kloven [de ~] zelfstandig naamwoord, mv.

  1. de kloven (bergkloven; spleten)
    el abismos
    • abismos [el ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor kloven:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
abismos bergkloven; kloven; spleten
atravesar overlopen; oversteken
cortar afhakken; afhouwen; afknippen; afsnijden; kappen; omhakken; vellen
cruzar overlopen; oversteken
escindir afsnijden
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
atravesar doorhakken; doorhouwen; doorklieven; doormidden hakken; in tweeën houwen; klieven; kloven doorbreken; doorheen reizen; doorvaren; dwars oversteken; overgaan; oversteken; reizen door
cortar doorhakken; doorhouwen; doorklieven; doormidden hakken; in tweeën houwen; klieven; kloven afbreken; afhakken; afhouwen; afkappen; afknippen; afknotten; afsluiten; afsnijden; bijknippen; coifferen; concluderen; couperen; creneleren; dichtdoen; doen ophouden; doorknippen; doorsnijden; een beetje knippen; een gevolgtrekking maken; fijnhakken; grootspreken; hakken; in stukken hakken; insnijden; kappen; kleinhakken; kleinmaken; knippen; kort knippen; kort maken; korten; lossnijden; omhouwen; onderbreken; opensnijden; opmaken uit; opscheppen; opsnijden; scheiden; snijden; snoeven; splitsen; uit elkaar halen; uiteenhalen; uitknippen; wegknippen; wegsnijden; wegsnoeien
cruzar doorhakken; doorhouwen; doorklieven; doormidden hakken; in tweeën houwen; klieven; kloven dwars oversteken; een kruis slaan; keperen; kruisen; opkruisen; oplaveren; overgaan; oversteken
escindir doorhakken; doorhouwen; doorklieven; doormidden hakken; in tweeën houwen; klieven; kloven afscheiden; afsplitsen; afzonderen; isoleren; kleinmaken
fisionar doorhakken; doorhouwen; doorklieven; doormidden hakken; in tweeën houwen; klieven; kloven kleinmaken; scheiden; splitsen; uit elkaar halen; uiteenhalen
hacer pedazos klieven; kloven; splijten; splitsen; uiteensplijten aan flarden scheuren; aan stukken breken; aan stukken slaan; aantasten; aanvreten; bederven; beschadigen; breken; fijnmaken; grootspreken; hakken; in stukken breken; in stukken hakken; ingooien; inslaan; kapot scheuren; kapotbreken; kapotgooien; kapotslaan; kleinmaken; knakken; opscheppen; opsnijden; platdrukken; smashen; snoeven; stukbreken; stukgooien; stukhakken; stukslaan; verbrijzelen; vergruizen; vermorzelen; verpletteren; verscheuren
hender doorhakken; doorhouwen; doorklieven; doormidden hakken; in tweeën houwen; klieven; kloven groeven; inkerven; insnijden
hendir doorhakken; doorhouwen; doorklieven; doormidden hakken; in tweeën houwen; klieven; kloven
hendirse doorhakken; doorhouwen; doorklieven; doormidden hakken; in tweeën houwen; klieven; kloven
partir doorhakken; doorhouwen; doorklieven; doormidden hakken; in tweeën houwen; klieven; kloven afreizen; doorknippen; doorsnijden; gaan; heengaan; opbreken; opstappen; reizen; rondreizen; scheiden; splitsen; trekken; uit elkaar halen; uiteenhalen; van wal gaan; van wal steken; verdwijnen; verlaten; vertrekken; weggaan; wegreizen; wegtrekken; zwerven
rajar doorhakken; doorhouwen; doorklieven; doormidden hakken; in tweeën houwen; klieven; kloven
surcar doorhakken; doorhouwen; doorklieven; doormidden hakken; in tweeën houwen; klieven; kloven doorsnijden
Not SpecifiedVerwante vertalingenAndere vertalingen
cortar knippen
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
atravesar overspannen; overwerkt

Verwante woorden van "kloven":

  • klove

Wiktionary: kloven


Cross Translation:
FromToVia
kloven hender; partir; rajar kliebentransitiv; österreichisch, südostdeutsch umgangssprachlich: (Holz) der Länge nach zerteilen
kloven hender; rajar fendre — Traductions à trier suivant le sens

kloof vorm van kluiven:

kluiven werkwoord (kluif, kluift, kloof, kloven, gekloven)

  1. kluiven (knauwen)
    mordisquear; roer

Conjugations for kluiven:

o.t.t.
  1. kluif
  2. kluift
  3. kluift
  4. kluiven
  5. kluiven
  6. kluiven
o.v.t.
  1. kloof
  2. kloof
  3. kloof
  4. kloven
  5. kloven
  6. kloven
v.t.t.
  1. heb gekloven
  2. hebt gekloven
  3. heeft gekloven
  4. hebben gekloven
  5. hebben gekloven
  6. hebben gekloven
v.v.t.
  1. had gekloven
  2. had gekloven
  3. had gekloven
  4. hadden gekloven
  5. hadden gekloven
  6. hadden gekloven
o.t.t.t.
  1. zal kluiven
  2. zult kluiven
  3. zal kluiven
  4. zullen kluiven
  5. zullen kluiven
  6. zullen kluiven
o.v.t.t.
  1. zou kluiven
  2. zou kluiven
  3. zou kluiven
  4. zouden kluiven
  5. zouden kluiven
  6. zouden kluiven
diversen
  1. kluif!
  2. kluift!
  3. gekloven
  4. kluivend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Vertaal Matrix voor kluiven:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
mordisquear oppeuzelen; opvreten
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
mordisquear kluiven; knauwen knabbelen; knagen; knauwen; peuzelen
roer kluiven; knauwen knabbelen; knagen; knauwen; peuzelen

Verwante woorden van "kluiven":


Wiktionary: kluiven

kluiven
verb
  1. een bot in handen houden en er vlees van afhappen