Overzicht
Nederlands naar Spaans:   Meer gegevens...
  1. juf:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor juf (Nederlands) in het Spaans

juf:

juf [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord

  1. de juf (schooljuffrouw; onderwijzeres; juffrouw)
    la profesora; la educadora; la instructora; la maestra

Vertaal Matrix voor juf:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
educadora juf; juffrouw; onderwijzeres; schooljuffrouw opleidster; opvoedster; vrouwelijke opvoeder
instructora juf; juffrouw; onderwijzeres; schooljuffrouw instructrice
maestra juf; juffrouw; onderwijzeres; schooljuffrouw bazin; heerseres; juffrouw; mejuffrouw
profesora juf; juffrouw; onderwijzeres; schooljuffrouw docent; docente; instructeur; leerkracht; leermeester; leraar; leraar op basisschool; lerares; meester; onderwijzer; opleidster; pedant; schoolmeester
- docent; leraar; meester

Verwante woorden van "juf":

  • juffen, jufs