Nederlands

Uitgebreide vertaling voor koppels (Nederlands) in het Spaans

koppels:

koppels [de ~] zelfstandig naamwoord, mv.

  1. de koppels (spannen)
    la parejas; la yuntas
    • parejas [la ~] zelfstandig naamwoord
    • yuntas [la ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor koppels:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
parejas koppels; spannen
yuntas koppels; spannen

Verwante woorden van "koppels":


koppel:

koppel [de ~] zelfstandig naamwoord

  1. de koppel (stelletje; paar; stel)
    la pareja; el par
    • pareja [la ~] zelfstandig naamwoord
    • par [el ~] zelfstandig naamwoord
  2. de koppel (groep van twee of meer; stel; span)
    la yunta; el grupo; la colección; la pandilla; la banda; la panda
    • yunta [la ~] zelfstandig naamwoord
    • grupo [el ~] zelfstandig naamwoord
    • colección [la ~] zelfstandig naamwoord
    • pandilla [la ~] zelfstandig naamwoord
    • banda [la ~] zelfstandig naamwoord
    • panda [la ~] zelfstandig naamwoord
  3. de koppel (twee stuks; paar; tweetal)
    la pareja; el dúo
    • pareja [la ~] zelfstandig naamwoord
    • dúo [el ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor koppel:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
banda groep van twee of meer; koppel; span; stel aantal personen bijeen; band; beestenboel; bende; bies; blaaskapel; boekdeel; broekband; clan; deel; drom; fanfare; fanfarekorps; geluidsniveau; gezelschap; gezichtsmasker; gordelriem; groep; groep jongeren; haarband; haarlint; harmonie; horde; kapel; koppelriem; kudde; lint; massa; muziekkorps; puinhoop; puinzooi; rommel; rotzooi; schaar; schare; sjerp; soepzootje; strook; tamboerkorps; troep; volant; volksmenigte; volume; zooi; zootje
colección groep van twee of meer; koppel; span; stel accumulatie; allegaartje; assortiment; bundel; collectie; compilatie; gedichtenverzameling; hoop; keur; keuze; massa; mengelmoes; opeenhoping; opeenstapeling; ophoping; opstapeling; samenraapsel; schifting; selectie; sortering; sortiment; stapel; stel; verzameling
dúo koppel; paar; twee stuks; tweetal
grupo groep van twee of meer; koppel; span; stel aantal personen bijeen; accumulatie; allegaartje; ambachtsgilde; bende; bond; club; cluster; distributiegroep; distributielijst; drom; factie; gezelschap; gilde; groep; groepering; hoop; horde; kudde; massa; mengelmoes; meute; opeenhoping; opeenstapeling; ophoping; opstapeling; orde; organisatie; pool; puinhoop; puinzooi; rommel; rotzooi; samenraapsel; samenscholing; schaar; schare; selectie; societiet; sociëteit; soos; sortering; stapel; stel; troep; unie; vakgenootschap; vereniging; verzameling; volksgroepering; zooi; zootje; zuil
panda groep van twee of meer; koppel; span; stel
pandilla groep van twee of meer; koppel; span; stel vriendenkring
par koppel; levenspaar; paar; stel; stelletje gelijke; weerga
pareja koppel; levenspaar; paar; stel; stelletje; twee stuks; tweetal echtgenote; gemalin; pendant
yunta groep van twee of meer; koppel; span; stel bediende; jongmaat; knecht; leerknecht; maatje; pupil

Verwante woorden van "koppel":


Wiktionary: koppel

koppel
noun
  1. 2
  2. stelsel van twee gelijke en evenwijdige krachten...
  3. draagriem, vooral om een sabel, bajonet enz. aan te dragen

Cross Translation:
FromToVia
koppel pareja couple — two partners
koppel par couple — two of the same kind considered together
koppel unos couple — a small number of
koppel equipo de dos; dupla; dúo duo — twosome, especially musicians
koppel par pair — two similar or identical things
koppel par de torsión; par motor; momento de fuerza; par de fuerzas; par torque — a rotational or twisting force
koppel par; pareja pairedeux choses de même espèce, qui aller nécessairement ou ordinairement ensemble.