Overzicht
Nederlands naar Spaans:   Meer gegevens...
  1. muilen:
  2. muil:
  3. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor muilen (Nederlands) in het Spaans

muilen:

muilen [de ~] zelfstandig naamwoord, mv.

  1. de muilen (bekken)
    el picos; la bocazas
    • picos [el ~] zelfstandig naamwoord
    • bocazas [la ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor muilen:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
bocazas bekken; muilen blaaskaak; bluffer; grote bek; grote mond; opschepper; snoever; windbuil
picos bekken; muilen klepels; schenktuiten; snavels; tuiten; vogelbekken

Verwante woorden van "muilen":


muil:

muil [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord

  1. de muil (bek; smoel; waffel; smoelwerk)
    la mandíbulas; la boca; el pico; la bocaza
    • mandíbulas [la ~] zelfstandig naamwoord
    • boca [la ~] zelfstandig naamwoord
    • pico [el ~] zelfstandig naamwoord
    • bocaza [la ~] zelfstandig naamwoord
  2. de muil (huisschoen; pantoffel; slof)
    la zapatilla; la pantufla; la babucha; la chinela

Vertaal Matrix voor muil:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
babucha huisschoen; muil; pantoffel; slof
boca bek; muil; smoel; smoelwerk; waffel brutaal zijn; grote mond hebben; mond; monding; tater
bocaza bek; muil; smoel; smoelwerk; waffel brutaal zijn; flapuit; grote mond hebben; mond; tater
chinela huisschoen; muil; pantoffel; slof
mandíbulas bek; muil; smoel; smoelwerk; waffel
pantufla huisschoen; muil; pantoffel; slof
pico bek; muil; smoel; smoelwerk; waffel bergspits; bergtop; brutaal zijn; centrumspits; grote mond hebben; hoogst haalbare; hoogtepunt; mond; piek; snavel; snebben; spits; summum; tater; top; toppunt; tuit; vogelbek
zapatilla huisschoen; muil; pantoffel; slof

Verwante woorden van "muil":


Wiktionary: muil


Cross Translation:
FromToVia
muil boca mouth — the opening of an animal through which food is ingested
muil boca; hocico Maul — Körperöffnung bei Tieren, durch die Nahrung aufgenommen wird
muil fauces; abismo; despeñadero; precipicio gouffrecavité large et profonde, vide ou remplie d’eau.
muil fauces; hocico; boca gueulebouche chez les animaux carnassiers, chez certains poissons et certains gros reptiles.