Overzicht
Nederlands naar Spaans:   Meer gegevens...
  1. pijlen:
  2. pijl:
  3. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor pijlen (Nederlands) in het Spaans

pijlen:

pijlen [de ~] zelfstandig naamwoord, mv.

  1. de pijlen (stelen; schachten)
    la vara; la lanzas de tiro; la cajas; el enganche

Vertaal Matrix voor pijlen:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
cajas pijlen; schachten; stelen blikken; brandkasten; containers; kluizen; laadbakken; oogopslagen; safes
enganche pijlen; schachten; stelen aanhaken; dissel; haken; inpalming
lanzas de tiro pijlen; schachten; stelen
vara pijlen; schachten; stelen dissel; disselboom; staak; vioolstok; vioolstrijkstok

Verwante woorden van "pijlen":


pijl:

pijl [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord

  1. de pijl
    la flecha
    • flecha [la ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor pijl:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
flecha pijl bliksem; bliksemflits; bliksemschicht; bliksemslag; flits; schicht; snel beeld

Verwante woorden van "pijl":


Wiktionary: pijl

pijl
noun
  1. projectiel

Cross Translation:
FromToVia
pijl flecha arrow — projectile
pijl flecha arrow — symbol
pijl virote bolt — short, stout, blunt-headed arrow
pijl flecha pijl — projectiel
pijl flecha Pfeil — Geschoss bestehend aus Rohr und Spitze, das mit einem Bogen abgeschossen wird
pijl flecha Pfeilfigürlich: abstraktes Bild von [1] (bestehend aus Linie und Spitze), das auf etwas oder in eine Richtung zeigt
pijl flecha flèche — Projectile qu’on lance avec un arc ou une arbalète