Nederlands

Uitgebreide vertaling voor bondigheid (Nederlands) in het Frans

bondigheid:

bondigheid [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord

  1. de bondigheid (beknoptheid; kortheid)
    la brièveté; la concision

Vertaal Matrix voor bondigheid:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
brièveté beknoptheid; bondigheid; kortheid frivoliteit; hupsheid; kortheid; kortstondigheid; lichtzinnigheid; ondiepte; oppervlakkigheid
concision beknoptheid; bondigheid; kortheid kernachtigheid; puntig zijn; puntigheid; scherpheid; scherpte; spitsheid

Verwante woorden van "bondigheid":


bondig:

bondig bijvoeglijk naamwoord

  1. bondig (kort)
    bref; brièvement; résumé; concis; sommaire; succinct; succinctement; sommairement; récapitulé; d'une façon concise
  2. bondig (summier)
    sommaire; concis; bref; succinctement; brièvement; succinct; au minimum; minime; minimal

Vertaal Matrix voor bondig:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
résumé excerpt; extract; grondplan; korte inhoud; plattegrond; resumé; samenvatting; situatieschets; situatietekening; stadskaart; uittreksel
sommaire grondplan; plattegrond; situatieschets; situatietekening; stadskaart
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
au minimum bondig; summier gering; luttel; miniem; minimaal; minste; weinig
bref bondig; kort; summier beknopt; eenvoudigweg; haastig; in het kort; kernachtig; kortaf; kortom; kortstondig; kortweg; korzelig; minimaal; raak; samengevat; snauwend; summier; terloops; vluchtig; wrevelig; zonder omhaal
brièvement bondig; kort; summier beknopt; minimaal; samengevat; summier
concis bondig; kort; summier beknopt; kernachtig; minuscuul; raak; summier; terzake; zeer klein
d'une façon concise bondig; kort kort en bondig; samengevat
minimal bondig; summier gering; luttel; miniem; minimaal; minste; summier; weinig
minime bondig; summier gering; luttel; miniem; minimaal; minitueus; minste; weinig
récapitulé bondig; kort samengevat
résumé bondig; kort samengevat
sommaire bondig; kort; summier kernachtig; laagstaand; minimaal; minuscuul; primitief; raak; samengevat; summier; zeer klein
sommairement bondig; kort samengevat
succinct bondig; kort; summier beknopt; kernachtig; kort en bondig; minimaal; minuscuul; raak; samengevat; summier; zeer klein
succinctement bondig; kort; summier beknopt; kernachtig; minuscuul; raak; samengevat; summier; zeer klein

Verwante woorden van "bondig":

  • bondigheid, bondiger, bondigere, bondigst, bondigste, bondige

Wiktionary: bondig

bondig
Cross Translation:
FromToVia
bondig concis concise — brief and precise
bondig succint; bref; sommaire pithy — Concise and meaningful
bondig succinct succinct — brief and to the point
bondig laconique terse — of a concise style or speech