Nederlands

Uitgebreide vertaling voor frequenter (Nederlands) in het Frans

frequenter:

frequenter bijvoeglijk naamwoord

  1. frequenter (vaker)
    plus souvent

Vertaal Matrix voor frequenter:

BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
plus souvent frequenter; vaker

Verwante woorden van "frequenter":


frequenter vorm van frequent:

frequent bijwoord

  1. frequent (dikwijls; vaak; veelvuldig; )
    souvent; régulièrement; fréquemment; fréquent; plusieurs fois; bien des fois; maintes fois; a plusieurs reprises; plus d'une fois

Vertaal Matrix voor frequent:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
maintes fois talloze malen
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
a plusieurs reprises dikwijls; frequent; meermaals; menigmaal; regelmatig; vaak; veelvuldig veel
bien des fois dikwijls; frequent; meermaals; menigmaal; regelmatig; vaak; veelvuldig veel
fréquemment dikwijls; frequent; meermaals; menigmaal; regelmatig; vaak; veelvuldig geregeld; herhaaldelijk; meermaals; met vast ritme; regelmatig; telkens; veel; veelvuldig
fréquent dikwijls; frequent; meermaals; menigmaal; regelmatig; vaak; veelvuldig geregeld; met vast ritme; regelmatig; veel
maintes fois dikwijls; frequent; meermaals; menigmaal; regelmatig; vaak; veelvuldig veel
plus d'une fois dikwijls; frequent; meermaals; menigmaal; regelmatig; vaak; veelvuldig veel
plusieurs fois dikwijls; frequent; meermaals; menigmaal; regelmatig; vaak; veelvuldig herhaaldelijk; meermaals; telkens; veel; veelvuldig
régulièrement dikwijls; frequent; meermaals; menigmaal; regelmatig; vaak; veelvuldig geregeld; met regelmaat; met vast ritme; op vaste tijden; regelmatig; regulier; veel
souvent dikwijls; frequent; meermaals; menigmaal; regelmatig; vaak; veelvuldig geregeld; met vast ritme; regelmatig; vaak; veel

Verwante woorden van "frequent":

  • frequenter, frequentere, frequentst, frequentste, frequente

Wiktionary: frequent


Cross Translation:
FromToVia
frequent fréquente; fréquent frequent — done or occurring often