Overzicht
Nederlands Synoniemen:   Meer gegevens...
  1. huichelend:
  2. huichelen:


Nederlands

Uitgebreide synoniemen voor huichelend in het Nederlands

huichelend:

huichelend bijvoeglijk naamwoord

  1. huichelend
    veinzend; voorwendend; huichelend

huichelen:

huichelen werkwoord (huichel, huichelt, huichelde, huichelden, gehuicheld)

  1. huichelen
    huichelen
    • huichelen werkwoord (huichel, huichelt, huichelde, huichelden, gehuicheld)
  2. huichelen
    – vriendelijk doen terwijl je het niet meent 1
    huichelen
    – vriendelijk doen terwijl je het niet meent 1
    • huichelen werkwoord (huichel, huichelt, huichelde, huichelden, gehuicheld)
      • hij huichelt altijd tegen de directeur1

Conjugations for huichelen:

o.t.t.
  1. huichel
  2. huichelt
  3. huichelt
  4. huichelen
  5. huichelen
  6. huichelen
o.v.t.
  1. huichelde
  2. huichelde
  3. huichelde
  4. huichelden
  5. huichelden
  6. huichelden
v.t.t.
  1. heb gehuicheld
  2. hebt gehuicheld
  3. heeft gehuicheld
  4. hebben gehuicheld
  5. hebben gehuicheld
  6. hebben gehuicheld
v.v.t.
  1. had gehuicheld
  2. had gehuicheld
  3. had gehuicheld
  4. hadden gehuicheld
  5. hadden gehuicheld
  6. hadden gehuicheld
o.t.t.t.
  1. zal huichelen
  2. zult huichelen
  3. zal huichelen
  4. zullen huichelen
  5. zullen huichelen
  6. zullen huichelen
o.v.t.t.
  1. zou huichelen
  2. zou huichelen
  3. zou huichelen
  4. zouden huichelen
  5. zouden huichelen
  6. zouden huichelen
diversen
  1. huichel!
  2. huichelt!
  3. gehuicheld
  4. huichelend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Verwante definities voor "huichelen":

  1. vriendelijk doen terwijl je het niet meent1
    • hij huichelt altijd tegen de directeur1