Overzicht
Nederlands naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. buitenkansje:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor buitenkansje (Nederlands) in het Zweeds

buitenkansje:

buitenkansje [het ~] zelfstandig naamwoord

  1. het buitenkansje (meevaller; gelukkig toeval; voordeel; opsteker)
    tillfällighetsträff; lycka; tur; lyckträff
  2. het buitenkansje (toevalstreffer; treffer; gelukstreffer)
    flax; tur; lyckträff
    • flax [-ett] zelfstandig naamwoord
    • tur [-en] zelfstandig naamwoord
    • lyckträff [-en] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor buitenkansje:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
flax buitenkansje; gelukstreffer; toevalstreffer; treffer
lycka buitenkansje; gelukkig toeval; meevaller; opsteker; voordeel bof; euforie; fortuintje; geluk; geluk hebbend; gelukzaligheid; geneugte; genieten; genot; heerlijkheid; succes; verlossing; voorspoedigheid; welbehagen; welslagen; welstand; welvaart; zaligheid
lyckträff buitenkansje; gelukkig toeval; gelukstreffer; meevaller; opsteker; toevalstreffer; treffer; voordeel buitenkans; gelukje; meevaller; voordeel
tillfällighetsträff buitenkansje; gelukkig toeval; meevaller; opsteker; voordeel
tur buitenkansje; gelukkig toeval; gelukstreffer; meevaller; opsteker; toevalstreffer; treffer; voordeel dagreis; excursie; gang; mazzel; meevaller; reis; rijtoer; rit; ronde; tocht; toer; tournee; uitstapje

Verwante woorden van "buitenkansje":

  • buitenkansjes