Overzicht
Nederlands naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. opeens:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor opeens (Nederlands) in het Zweeds

opeens:

opeens bijwoord

  1. opeens (plotseling; ineens; onverwacht; )
    plötsligt; plötslig
  2. opeens (plotseling; abrupt; plots; )
    plötsligt; snabbt; oväntad; abrupt

Vertaal Matrix voor opeens:

Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
- onverwacht; plotseling
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
- ineens
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
abrupt abrupt; bruusk; eensklaps; opeens; plots; plotseling; plotsklaps; schielijk bruusk; kortaf; nors; onzacht
oväntad abrupt; bruusk; eensklaps; opeens; plots; plotseling; plotsklaps; schielijk klakkelings; ongedacht; onverhoopt; onvermoed; onverwacht
plötslig abrupt; eensklaps; ineens; onverhoeds; onverwacht; onverwachts; opeens; plots; plotseling; plotsklaps klakkelings; onverhoeds; onvermoed; onverwacht; onverwachts; onvoorzien
plötsligt abrupt; bruusk; eensklaps; ineens; onverhoeds; onverwacht; onverwachts; opeens; plots; plotseling; plotsklaps; schielijk klakkelings; ongedacht; onverhoeds; onvermoed; onverwacht; onverwachts; onvoorzien
snabbt abrupt; bruusk; eensklaps; opeens; plots; plotseling; plotsklaps; schielijk alert; direct; dra; eerstdaags; gauw; gezwind; haastig; in alle haast; kortstondig; oplettend; spoedig; terloops; uitgeslapen; vluchtig; wakker; weldra

Synoniemen voor "opeens":


Antoniemen van "opeens":


Verwante definities voor "opeens":

  1. snel, terwijl het niet verwacht werd1
    • opeens ging de telefoon1