Overzicht
Zweeds naar Duits:   Meer gegevens...
  1. kantig:
  2. Wiktionary:


Zweeds

Uitgebreide vertaling voor kantig (Zweeds) in het Duits

kantig:

kantig bijvoeglijk naamwoord

  1. kantig (kantigt)
    eckig; kantig; winklig

kantig zelfstandig naamwoord

  1. kantig
    die Rändelung; die Zähnung

Vertaal Matrix voor kantig:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
Rändelung kantig
Zähnung kantig
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
eckig kantig; kantigt brutalt; hänsynslös; hänsynslöst; kantigt; klumpigt; knotig; knotigt; ohanterlig; ohanterligt; ohörsam; ohörsamt; omänskligt; ; rått; skarp; skarpt; svårhanterlig
kantig kantig; kantigt brutalt; hackig; hackigt; hänsynslös; hänsynslöst; klumpigt; ohanterlig; ohanterligt; ohörsam; ohörsamt; omänskligt; räfflat; ; rått; skarp; skarpt; skärande; spetsigt; svårhanterlig
winklig kantig; kantigt

Synoniemen voor "kantig":


Wiktionary: kantig

kantig
adjective
  1. mit Ecken; Ecken aufweisend