Overzicht
Zweeds naar Duits:   Meer gegevens...
  1. knotig:
  2. Wiktionary:


Zweeds

Uitgebreide vertaling voor knotig (Zweeds) in het Duits

knotig:

knotig bijvoeglijk naamwoord

  1. knotig (knotigt; benigt)
    beinartig; knochenartig
  2. knotig (knotigt; kantigt)
    eckig; mit Ecken

Vertaal Matrix voor knotig:

BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
beinartig benigt; knotig; knotigt benig; benigt; knogaktig; knogaktigt; knotigt
eckig kantigt; knotig; knotigt brutalt; hänsynslös; hänsynslöst; kantig; kantigt; klumpigt; ohanterlig; ohanterligt; ohörsam; ohörsamt; omänskligt; ; rått; skarp; skarpt; svårhanterlig
knochenartig benigt; knotig; knotigt benig; benigt; knogaktig; knogaktigt; knokig; knokigt; knotigt; smalt
mit Ecken kantigt; knotig; knotigt

Synoniemen voor "knotig":


Wiktionary: knotig

knotig
adjective
  1. meist von Bäumen: verwachsen, unregelmäßig, mit vielen Verdickungen