Overzicht
Zweeds naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. jobbigt:


Zweeds

Uitgebreide vertaling voor jobbigt (Zweeds) in het Nederlands

jobbigt:

jobbigt bijvoeglijk naamwoord

  1. jobbigt (seg; tufft; tuff; segt)
    stoer; flink
    • stoer bijvoeglijk naamwoord
    • flink bijvoeglijk naamwoord

Vertaal Matrix voor jobbigt:

Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
flink jobbigt; seg; segt; tuff; tufft ansenligt; beaktansvärd; beaktansvärt; betydande; betydandet; enorm; enormt; häftig; häftigt; högfärdigt; kraftigt; moralisk; muskulös; muskulöst; robust; stark; starkt; stolt; stort; stå på; uppblåst; välbyggt
stoer jobbigt; seg; segt; tuff; tufft
OverVerwante vertalingenAndere vertalingen
flink vilt

Synoniemen voor "jobbigt":