Overzicht
Zweeds naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. lidande:
  2. lida:
  3. Wiktionary:


Zweeds

Uitgebreide vertaling voor lidande (Zweeds) in het Nederlands

lidande:

lidande [-ett] zelfstandig naamwoord

  1. lidande (sjuk person; patient)
    de lijder
    • lijder [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
  2. lidande
    het lijden
    • lijden [het ~] zelfstandig naamwoord

lidande bijvoeglijk naamwoord

  1. lidande
    lijdend

Vertaal Matrix voor lidande:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
lijden lidande
lijder lidande; patient; sjuk person
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
lijden genomgå; lida; tåla; undergå; utstå
Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
lijdend lidande

Synoniemen voor "lidande":


Wiktionary: lidande


Cross Translation:
FromToVia
lidande lijden suffering — condition
lidande lijden souffrancedouleur physique ou morale, état de celui, de celle qui souffrir.

lidande vorm van lida:

lida werkwoord (lider, led, lidit)

  1. lida (uthärda; fördraga; tåla)
    doorstaan; verdragen; doorleven; verteren; verduren
    • doorstaan werkwoord (doorsta, doorstaat, doorstond, doorstonden, doorgestaan)
    • verdragen werkwoord (verdraag, verdraagt, verdroeg, verdroegen, verdragen)
    • doorleven werkwoord
    • verteren werkwoord (verteer, verteert, verteerde, verteerden, verteerd)
    • verduren werkwoord (verduur, verduurt, verduurde, verduurden, verduurd)
  2. lida (undergå; genomgå; tåla; utstå)
    lijden
    • lijden werkwoord (lijd, lijdt, leed, leden, geleden)

Conjugations for lida:

presens
  1. lider
  2. lider
  3. lider
  4. lider
  5. lider
  6. lider
imperfekt
  1. led
  2. led
  3. led
  4. led
  5. led
  6. led
framtid 1
  1. kommer att lida
  2. kommer att lida
  3. kommer att lida
  4. kommer att lida
  5. kommer att lida
  6. kommer att lida
framtid 2
  1. skall lida
  2. skall lida
  3. skall lida
  4. skall lida
  5. skall lida
  6. skall lida
conditional
  1. skulle lida
  2. skulle lida
  3. skulle lida
  4. skulle lida
  5. skulle lida
  6. skulle lida
perfekt particip
  1. har lidit
  2. har lidit
  3. har lidit
  4. har lidit
  5. har lidit
  6. har lidit
imperfekt particip
  1. hade lidit
  2. hade lidit
  3. hade lidit
  4. hade lidit
  5. hade lidit
  6. hade lidit
blandad
  1. lid!
  2. lid!
  3. lidande
1. jag, 2. du/ni, 3. han/hon/den/det, 4. vi, 5. ni, 6. de

Vertaal Matrix voor lida:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
lijden lidande
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
doorleven fördraga; lida; tåla; uthärda
doorstaan fördraga; lida; tåla; uthärda bära; stå ut med; uthärda
lijden genomgå; lida; tåla; undergå; utstå
verdragen fördraga; lida; tåla; uthärda bära; orka; stå ut med; uthärda; utstå
verduren fördraga; lida; tåla; uthärda bära; stå ut med; uthärda
verteren fördraga; lida; tåla; uthärda avta; gå utför; konsumera; nötas ut; ruttna; spendera pengar; utnötas; utslitas; vara i avtagande

Synoniemen voor "lida":

  • må dåligt; plågas; ha ont; uthärda

Wiktionary: lida


Cross Translation:
FromToVia
lida lijden leiden — starke psychische oder physische Schmerzen verspüren
lida lijden suffer — to undergo hardship
lida doorstaan; lijden; ondergaan; uitstaan; velen; verdragen endurersouffrir, supporter avec fermeté, constance.

Verwante vertalingen van lidande