Overzicht
Zweeds naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. träl:
  2. Wiktionary:


Zweeds

Uitgebreide vertaling voor träl (Zweeds) in het Nederlands

träl:

träl [-en] zelfstandig naamwoord

  1. träl (slav)
    de slaaf
    • slaaf [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
  2. träl (slav)
    de slaaf; de lijfeigene
    • slaaf [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • lijfeigene [de ~] zelfstandig naamwoord
  3. träl (livegen)
    de horige
    • horige [de ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor träl:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
horige livegen; träl
lijfeigene slav; träl
slaaf slav; träl

Synoniemen voor "träl":


Wiktionary: träl


Cross Translation:
FromToVia
träl slaaf; slavin slave — person owned by another
träl tot slaaf gemaakt; onderworpen thrall — one who is enslaved