Spaans

Uitgebreide synoniemen voor montones in het Spaans

montones:

montones [el ~] zelfstandig naamwoord

  1. el montones
    la pilas; el montones; el rimeros
    • pilas [la ~] zelfstandig naamwoord
    • montones [el ~] zelfstandig naamwoord
    • rimeros [el ~] zelfstandig naamwoord
  2. el montones
    la multitud; la masa; el montón; la afluencia; el enjambre; el montones
    • multitud [la ~] zelfstandig naamwoord
    • masa [la ~] zelfstandig naamwoord
    • montón [el ~] zelfstandig naamwoord
    • afluencia [la ~] zelfstandig naamwoord
    • enjambre [el ~] zelfstandig naamwoord
    • montones [el ~] zelfstandig naamwoord
  3. el montones
    el montón; la masa; la afluencia; el montones; el agolpamiento; el gran cantidad; la gran demanda; el ataque masivo

Verwante woorden van "montones":


montones vorm van montón:

montón [el ~] zelfstandig naamwoord

  1. el montón
    el montón; la gran cantidad; la pila
  2. el montón
    el montón; el terrón; el cúmulo; la masa; la multitud
    • montón [el ~] zelfstandig naamwoord
    • terrón [el ~] zelfstandig naamwoord
    • cúmulo [el ~] zelfstandig naamwoord
    • masa [la ~] zelfstandig naamwoord
    • multitud [la ~] zelfstandig naamwoord
  3. el montón
    la colección; el montón; la compilación; la selección; el amontonamiento; la acumulación; el grupo
  4. el montón
    el bastante; el montón; la masa; la multitud
    • bastante [el ~] zelfstandig naamwoord
    • montón [el ~] zelfstandig naamwoord
    • masa [la ~] zelfstandig naamwoord
    • multitud [la ~] zelfstandig naamwoord
  5. el montón
    el paquete; el mazo; el potpurrí; el conjunto; el traje; la orden; el peso; la mochila; el montón; el marco; la molestia; el envase; la masa; el grupo; el embalaje; el mandato; el progreso; el desorden; la maraña; la colección; el problemas; la cuadrilla; el envoltorio; el gravamen; el estorbo; el fardo; la imputación; el fajo; la tropas; la compilación; el petate; el desbarajuste; el revoltijo; el hatajo; el pelotón; la mezcolanza; el popurrí; la patrulla de reconocimiento
  6. el montón
    la multitud; la masa; el montón; la afluencia; el enjambre; el montones
    • multitud [la ~] zelfstandig naamwoord
    • masa [la ~] zelfstandig naamwoord
    • montón [el ~] zelfstandig naamwoord
    • afluencia [la ~] zelfstandig naamwoord
    • enjambre [el ~] zelfstandig naamwoord
    • montones [el ~] zelfstandig naamwoord
  7. el montón
    el montón; el vaivén
    • montón [el ~] zelfstandig naamwoord
    • vaivén [el ~] zelfstandig naamwoord
  8. el montón
    el cucharón; la cuchara; el montón; la pala; el cazo; la palada; el cucharones
    • cucharón [el ~] zelfstandig naamwoord
    • cuchara [la ~] zelfstandig naamwoord
    • montón [el ~] zelfstandig naamwoord
    • pala [la ~] zelfstandig naamwoord
    • cazo [el ~] zelfstandig naamwoord
    • palada [la ~] zelfstandig naamwoord
    • cucharones [el ~] zelfstandig naamwoord
  9. el montón
    el montón
    • montón [el ~] zelfstandig naamwoord
  10. el montón
    el montón; la masa; la afluencia; el montones; el agolpamiento; el gran cantidad; la gran demanda; el ataque masivo

Verwante woorden van "montón":


Alternatieve synoniemen voor "montón":


Verwante synoniemen voor montones