Engels

Uitgebreide vertaling voor imposing (Engels) in het Nederlands

imposing:

imposing bijvoeglijk naamwoord

  1. imposing (impressive; enormous; grandiose; grand)
    indrukwekkend; imponerend; imposant; groots; ontzagwekkend

Vertaal Matrix voor imposing:

Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
groots enormous; grand; grandiose; imposing; impressive ambitious; at large extent; big; comprehensive; enormous; excellent; extraordinary; fabulous; fantastic; first-rate; generous; glorious; grand; grandiose; great; haughty; lofty; magnanimous; magnificent; marvellous; marvelous; noble; phenomenal; prodigious; proud; smashing; splendid; swell; tall; terrific; top-notch; tremendous; vast; vigorous
imposant enormous; grand; grandiose; imposing; impressive awecommanding; confounding; deferent; dumbfounded; overpowering; overwhelming; regardful; respectful; reverential; stupendous
indrukwekkend enormous; grand; grandiose; imposing; impressive aristocratic; awecommanding; deferent; distinguished; eminent; grand; great-looking; high-bred; impressive; lofty; majestic; majestically; overpowering; overwhelming; pompous; prominent; regardful; respectable; respectful; reverential; solemnly; stupendous
ontzagwekkend enormous; grand; grandiose; imposing; impressive awecommanding; deferent; overpowering; overwhelming; regardful; respectful; reverential; stupendous
- baronial; distinguished; grand; magisterial; noble; stately
OverVerwante vertalingenAndere vertalingen
- commanding respect
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
imponerend enormous; grand; grandiose; imposing; impressive

Verwante woorden van "imposing":

  • unimposing

Synoniemen voor "imposing":


Verwante definities voor "imposing":

  1. used of a person's appearance or behavior; befitting an eminent person1
    • the monarch's imposing presence1
  2. impressive in appearance1
    • an imposing residence1

Wiktionary: imposing


Cross Translation:
FromToVia
imposing kloek stattlich — der Erscheinung nach eindrucksvoll, kräftig, imposant, würdevoll
imposing majestueus; statig; plechtstatig; verheven; aanmerkelijk; aanzienlijk; geruim; imponerend; indrukwekkend imposant — Qui imposer, qui est propre à s’attirer de l’attention, des égards, du respect.

impose:

impose

  1. impose

Vertaal Matrix voor impose:

WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
imponeren command respect; inspire with awe
- bring down; enforce; inflict; levy; visit
OverVerwante vertalingenAndere vertalingen
imponeren impose
- mark up

Verwante woorden van "impose":

  • reimpose, imposed

Synoniemen voor "impose":


Verwante definities voor "impose":

  1. impose something unpleasant1
  2. impose and collect1
  3. compel to behave in a certain way1
    • Social relations impose courtesy1

Wiktionary: impose

impose
verb
  1. to establish or apply by authority
impose
verb
  1. (overgankelijk) op opwaartse richting doen bewegen

Cross Translation:
FromToVia
impose forceren; opdringen; aandoen; aantrekken; opleggen; opbrengen; aanbrengen; aanslaan; belasten; belasting heffen op; veraccijnzen; dwingen; noodzaken; verplichten; zich opdringen imposer — Traductions à trier suivant le sens